De Raden waarderen dat zij, hoewel dit niet strikt vereist is, om advies werden gevraagd over de plan‑MER‑scoping, en wijzen daarbij op het strategisch karakter van plan‑MER’s en de nood aan maatwerk. Tegelijk vragen zij verduidelijking over interpretatieruimte binnen de Europese verordening en hoe hiermee wordt omgegaan. De Raden vragen dat in het plan‑MER expliciet rekening wordt gehouden met de door België ingeroepen flexibiliteiten, evenals met de ambities inzake natuurherstel uit het regeerakkoord.
Wat de inhoud en methodologie betreft, vragen de Raden om een gerichte scoping, een evenwichtige en consequente beoordeling van zowel positieve als negatieve effecten, een methodologisch robuust alternatievenonderzoek met aandacht voor doelbereiking en ‘distance to target’, en een heldere en goed onderbouwde referentiesituatie. Zij benadrukken dat ook secundaire, cumulatieve, tijdelijke en blijvende effecten, op korte, middellange en lange termijn, en de inzet van flexibiliteiten en uitzonderingen expliciet in beeld moeten worden gebracht.
Daarnaast vragen de Raden om meer duidelijkheid over de ontwerpmaatregelen, inclusief functionele verbindingen en ‘passend beheer’, en plaatsen zij vraagtekens bij de gebruikte cijfers en data, waarvoor zij meer transparantie en onderbouwing vragen op basis van de meest recente wetenschappelijke kennis.
Ten aanzien van de relatie tussen plan‑MER, SEIA en de gevraagde MKBA stellen de Raden vast dat er nog veel onduidelijkheden bestaan. Zij pleiten voor een evenwichtige analyse van sociaaleconomische effecten én baten, inclusief nevenvoordelen zoals klimaatmitigatie en ‑adaptatie, en vragen om een procesnota die de samenhang en beslismomenten expliciteert binnen een effectief iteratief proces.
De Raden wijzen er verder op dat het natuurherstelplan een nationaal karakter heeft en vragen om afstemming met andere bestuursniveaus en beleidsdomeinen. Tot slot benadrukken zij dat proceskwaliteit, transparantie en participatie cruciaal zijn voor een gedragen vervolgtraject, en vragen zij om hun advies te beschouwen als een startpunt voor een evenwichtig en open beleidsproces.