Geïntegreerd verslag Soortenschadebesluit (met SALV)

Advies Biodiversiteit

Samenvatting

Adviesdatum
18 nov 2021
Productnummer
2021-027

In het wild levende soorten, i.e. zowel beschermde soorten als jachtwildsoorten, kunnen schade veroorzaken. Zowel in het Natuurdecreet als in het Jachtdecreet wordt dit onderkend. Met het besluit van 3 juli 2009 betreffende de vergoeding van wildschade of schade door beschermde soorten (hierna: het Besluit) wordt, in uitvoering van deze dubbele rechtsgrond, voorzien in een regeling en voorwaarden voor het vergoeden van dergelijke schade. 

Art. 16, van het Besluit bepaalt dat het Agentschap, het INBO en het ILVO om de drie jaar een geïntegreerd verslag moeten opmaken over de uitvoering van het Besluit. Dit verslag moet voor advies worden voorgelegd aan de Minaraad en de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij. Op basis van deze verslaggeving en de advisering hierover hoort de minister dan een mededeling op te maken ten behoeve van de Vlaamse Regering, “waarin een evaluatie van de werking van dit besluit vervat zit en waarbij er beleidsvoorstellen worden gedaan”. De Raden vinden het positief dat dit geïntegreerd verslag voor advies wordt voorgelegd, maar vragen hierbij om ook uitvoering te geven aan de evaluatiebepaling van artikel 15, van het Ministerieel Besluit inzake de Code Goede Praktijk, en dit gelet op het grote belang van goede en haalbare preventieve maatregelen. 

De Raden zijn van mening dat het voorgelegde verslag weliswaar beantwoordt aan de vereisten van art. 16, van het Soortenschadebesluit, maar dat er meer feitenmateriaal nodig is om tot een integrale evaluatie van het soortenschadebeleid te kunnen overgaan. Met betrekking tot het Soortenschadebesluit vragen de Raden naar aanleiding van deze adviesvraag om (1) het systeem van het eigen risico te herevalueren; (2) te onderzoeken of een procedurele verankering voor cumulatieve schade van meerdere soorten op eenzelfde perceel mogelijk is; (3) de procedure voor de raming van landbouwschade te evalueren; (4) na te gaan of met forfaitaire bedragen kan worden gewerkt en (5) te werken aan administratieve vereenvoudiging. Verder vragen ze ook om voor structurele problemen een structurele oplossing te voorzien, wat evenwel buiten de scope valt van de uitvoering van dit besluit. 

Met betrekking tot het ruimer perspectief zijn de Raden van mening dat dit een debat is met meerdere aspecten en dat een en ander bekeken dient te worden in het bredere kader van het Soorten(schade)- en Jachtbeleid. En dit aangezien de in het verslag opgenomen soorten beleidsmatig in drie categorieën kunnen worden ondergebracht, met name (1) jachtwildsoorten waarop de (al dan niet bijzondere) jacht is geopend, (2) jachtwildsoorten waarop de jacht niet is geopend en (3) (Europees) beschermde soorten. Al deze soorten zelf en de interacties tussen deze soorten zijn ten andere van belang voor een goed functionerend ecosysteem en leveren vaak, weliswaar nog steeds onderschatte, ecosysteemdiensten (zie onder andere NARA 2014, deel 17 ecosysteemdienst plaagbeheersing). 

Voor de Europees beschermde soorten wijzen de Raden op de mededeling van de Europese Commissie over strikte soortenbescherming en (internationale) soortenbeschermingsprogramma’s, waaraan overlegplatformen zijn verbonden. De Raden zijn van mening dat specifieke vragen met betrekking tot deze soorten bij voorkeur in deze overlegplatformen worden besproken en dit met het oog op het bekomen van een integrale aanpak. 

Voor alle mogelijke beslissingen inzake jachtwildsoorten verwijzen de Raden naar het eigen initiatief van de Minaraad uit 2017, n.a.v. de toen doorgevoerde wijziging van het Jachtopeningsbesluit, met name het project inzake de opmaak van beheerdoelen voor jachtwildsoorten als middel om met diverse doelgroepen tot overeenstemming te komen over het openen of sluiten van de jacht. Naar aanleiding van dit advies werd een overlegproces opgestart door het Agentschap voor Natuur en Bos met het oog op het bekomen van dergelijke doelstellingen per jachtwildsoort. De Raden vragen naar een stand van zaken van dit traject.

Coördinator
: Naam LinkedIn profiel van Kathleen Quick Kathleen Quick
: Functie Adjunct van de directeur (open ruimte - natuur)
: Organisatie Minaraad
: E-mailadres kathleen.quick@minaraad.be
: Telefoon 02 558 01 40

Co-auteur(s)
: Naam Wouter Vanacker
: Organisatie SALV
: E-mailadres wvanacker@serv.be
: Telefoon 02 209 01 37

: Naam LinkedIn profiel van Jan Verheeke Jan Verheeke
: Functie secretaris (algemene leiding)
: Organisatie Minaraad
: E-mailadres jan.verheeke@minaraad.be
: Telefoon 02 558 01 36 of 0496 51 72 59


Downloads

Advies geïntegreerd verslag soortenschade

Download application/pdf 301.5 KB