Subdoelstellingen groene stroom 2020 (met SERV)

Advies Klimaat en Energie

Samenvatting

Adviesdatum
16 mei 2013
Productnummer
2013-026

De subdoelen die het Vlaams Energieagentschap per groene stroombron (zon, wind, biogas, …) voorstelt, verdienen volgens de SERV en de Minaraad bijsturing. De onderbouwing schiet tekort en het voorstel houdt onvoldoende rekening met de bredere context, zoals de hernieuwbare energiedoelen, de sociaal-economische context en de noodzaak om de kosten te beperken, de inpassing in het energiesysteem en de beperkte of dalende investeringen voor bepaalde groene stroomtoepassingen.

De subdoelstellingen moeten voortvloeien uit een brede beleidsstrategie gebaseerd op informatie over voor- en nadelen van diverse scenario’s. De raden vragen om de effecten door te rekenen van een andere groene stroomdoelstelling. De Vlaamse groene stroomdoelstelling hangt namelijk van de nog onduidelijke lastenverdeling van de hernieuwbare energiedoelstellingen binnen België en binnen Vlaanderen. Zonder doeltreffend groene warmtebeleid zal trouwens de te realiseren groene stroomdoelstelling sterk oplopen. Ook moeten sommige groene stroomtoepassingen die het voorstel nu uitsluit (zoals bepaalde biomassatoepassingen) toch overwogen worden, evenals een andere verhouding tussen groene stroomtoepassingen en een andere timing voor de realisatie van de groene stroommix. Ook de bredere implicaties van de scenario’s moeten onderzocht worden zoals de aansluitingskosten en de financiering ervan, de impact op de certificatenmarkten en op het energiesysteem. Verder vragen de raden om de subdoelen en de totale kosten regelmatig te evalueren vanuit een breed duurzaamheidsperspectief (klimaat, milieu, economie, werkgelegenheid, sociaal, …) en indien nodig de doelen bij te stellen, al moet het beleidskader voldoende stabiel blijven.

De uiteindelijke subdoelstellingen moeten het hernieuwbare energiebeleid ‘aandrijven’ en moeten een indicatief hulpmiddel zijn bij de beleidsevaluatie. Wordt een subdoelstelling niet gerealiseerd, dan moet het bredere hernieuwbare energiebeleid én het investeringsklimaat worden geëvalueerd. Dan kan het nodig zijn om de certificatensteun aan te passen omdat die nu niet voor alle toepassingen (bv. voor bepaalde biogasinstallaties) voldoende is om de onrendabele top te dekken, maar steeds moet de impact op de totale kosten van de groene stroomondersteuning worden bewaakt. Verder moeten de subdoelen bijdragen tot een stabiel investeringsklimaat. Tot slot moeten de verhoopte sociaal-economische baten van de groene stroomontwikkeling bewust nagestreefd worden, o.a. via een lokale hernieuwbare energietechnologiesector met exportpotentieel en met kansen op een duurzame werkgelegenheid.
 

Co-auteur(s)
: Naam Francis Noyen
: Functie adviseur (Industrieel milieu- en energiebeleid, luchtbeleid)
: Organisatie Minaraad
: E-mailadres francis.noyen@minaraad.be
: Telefoon 02 558 01 38


Downloads

Advies SERV/MINARAAD: Subdoelstellingen groene stroom 2013-2020

Download (grootte: 370.1 KB, type: application/pdf)

Achtergronddocument SERV: Subdoelstellingen groene stroom 2013-2020: Context en implicaties van het VEA-voorstel en alternatieven

Download (grootte: 878.6 KB, type: application/pdf)