Emissiekloof
Het VN-milieuprogramma (UNEP) heeft berekend dat er een diepe kloof bestaat tussen de emissiereducties waartoe de verschillende partijen bij het Klimaatverdrag zich geëngageerd hebben en de reducties die de wetenschap nodig acht om de temperatuurstijging te beperken tot maximum 2 graden. Uit de dit voorjaar door de Europese Commissie voorgestelde routekaart naar een koolstofarme economie blijkt dat meer klimaatambitie, ook op korte en middellange termijn, de EU ten goede komt. De Minaraad wijst erop dat hogere reducties op korte termijn wenselijk zijn om de vooropgestelde EU-doelstelling op de lange termijn – de emissies tegen 2050 met 80-95% verminderen ten opzichte van 1990 – op een economisch verstandige manier waar te maken.
Tweede verbintenisperiode
Een globaal probleem wordt het meest effectief aangepakt op basis van een globale oplossing. Een multilateraal akkoord moet het uiteindelijke doel zijn. De Minaraad vindt dat de wettelijke vorm van het Klimaatakkoord moet bestaan uit een tweede verbintenisperiode onder het Kyoto Protocol, aangevuld met een akkoord onder het Conventiespoor. Een van de belangrijkste thema’s tijdens de voorbereidende onderhandelingen in de aanloop naar Durban blijkt het al dan niet aanvaarden van een tweede verbintenisperiode door de EU te zijn. De EU is daarom een hoofdrolspeler in de onderhandelingen over Kyoto 2 en de Minaraad meent dat de EU duidelijk moet maken dat ze een tweede verbintenisperiode zal aanvaarden en onder welke precieze en haalbare voorwaarden ze dit zal doen.
Klimaatfinanciering
De verschillende stappenplannen in het kader van de routekaart naar een koolstofarme economie in 2050 tonen aan dat de EU werkt aan een intern beleid om te groeien naar een koolstofarme economie. De Minaraad vindt het belangrijk deze boodschap ook uit te dragen naar de partners in het internationale onderhandelingsproces. Dit zou een positief signaal geven aan de andere onderhandelaars en bovendien de rol van de EU als bruggenbouwer tussen de industrielanden en de ontwikkelingslanden herbevestigen. Daarbij aansluitend herhaalt de Minaraad dat de ontwikkelde landen hun verplichtingen in het kader van de snelstartfinanciering moeten nakomen en daarover op een transparante manier communiceren. Van de beloofde Belgische steun (150 miljoen euro in de periode 2010-2012) moet nog 88 miljoen euro vrijgemaakt worden, om het aangegane engagement waar te maken. De Minaraad benadrukt hierbij dat de middelen in het kader van de klimaatfinanciering additioneel moeten zijn aan het budget voor ontwikkelingssamenwerking.
Ook de discussie over de bronnen van de middellange en lange termijnfinanciering mag niet uit de weg gegaan worden. Vanaf 2013 zal de EU-veiling van emissierechten een belangrijke bron van inkomsten vormen voor het klimaatbeleid. De Minaraad vraagt tijdig afspraken te maken over de besteding van deze inkomsten. De EU-richtlijn verhandelbare emissierechten legt de lidstaten alvast op om minstens de helft van de opbrengsten te besteden aan het klimaat- en energiebeleid, zowel in eigen land als in de ontwikkelingslanden. De Minaraad ondersteunt dit principe en vraagt een operationalisering hiervan. De internationale onderhandelingen over de beloofde middelen verlopen moeizaam, daarom vraagt de Raad dat ook de milieuministers zich uitdrukkelijk zouden uitspreken over de klimaatfinanciering en dat de EU tijdens de onderhandelingen een eerlijk aandeel hiervan zou leveren.
Een goed gevulde agenda voor Durban
De Minaraad erkent dat met de aanname van de Cancún Akkoorden een degelijk kader is gevormd voor de verdere uitbouw van een globaal klimaatregime. De Raad benadrukt evenwel dat de klimaattop in Cancún slechts een stap in het proces was. Niet alleen behoeven veel van de toen genomen beslissingen verdere uitwerking, in Cancún zijn er bovendien een aantal belangrijke beslissingen doorgeschoven naar de klimaattop in Durban. Het is dan ook duidelijk dat de klimaattop in Durban een goed gevulde agenda heeft. De Minaraad is er echter wel van overtuigd dat er in Durban, verder bouwend op de Cancún Akkoorden, de basis kan worden gelegd voor een eerlijk, ambitieus en juridisch bindend klimaatakkoord en dat de EU een rol van betekenis te spelen heeft in het klimaatdebat.
Coördinator
| : Naam |
|
|---|---|
| : Functie | adjunct van de directeur (EU en internationaal milieubeleid en juridische dossiers) |
| : Organisatie | Minaraad |
| : E-mailadres | sandra.sliwa@minaraad.be |
| : Telefoon | 02 558 01 39 |
