22 jun Elektronische nieuwsbrief 2006|6
Vastgestelde adviezen
Rechten van voorkoop
Met de oprichting van het E-voorkooploket en de harmonisering van de verschillende procedures inzake rechten van voorkoop, wil de Vlaamse Regering een belangrijke administratieve vereenvoudiging realiseren. De Minaraad erkent de waarde van het recht van voorkoop, maar pleit wel voor de decretale invoering van een periodieke evaluatie van het instrument. Tevens dringt de Raad aan dat het dossier samen met de Vlaamse Grondenbank behandeld wordt in het Vlaams Parlement.
Verder vraagt de Raad om de aflijning van het toepassingsgebied beter te bewaken en te beperken tot de Vlaamse voorkooprechten. Bij de opmaak van het geografische themabestand vindt de Raad dat de ingevoerde perimeters moeten overeenstemmen met de kadastrale perceelgrens. Ook percelen die voor minder dan 50% aangeduid zijn, moet de overheid opnemen met het oog op een meldingsplicht.
Bij de harmonisering wordt niet ingegrepen op sectorale voorkooprechten. De Raad ondersteunt dit, maar betreurt dat het ontwerpdecreet niet uitgaat van een rangorde indien er meerdere voorkooprechten gelden op één perceel. Ten slotte wijst de Raad op het complexe geheel van wijzigingsbepalingen. De Raad vraagt deze te controleren zodat geen inhoudelijke wijzigingen aan de sectorale wetgeving voor voorkooprechten worden doorgevoerd.
De Boerenbond, de UNIZO, Het VOKA en de Vlaamse Hoge Bosraad nemen een minderheidsstandpunt in met betrekking tot het voorkooprecht uit de pachtwet. Het advies.
Brownfieldconvenanten
Plan-MER
Energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen
In 2002 werd beslist dat alle Europese lidstaten inspanningen moeten doen om overheidsgebouwen energie-efficiënt in te richten. De energieprestatie van deze gebouwen moet publiek beschikbaar zijn. Dit geldt ook voor Vlaanderen, maar daar onze regio nog over onvoldoende gekwalificeerde en/ of erkende energiedeskundigen beschikt, heeft de regering besloten om de invoering van het energieprestatiecertificaat voor overheidsgebouwen uit te stellen tot oktober 2008. De Minaraad betreurt dit en vraagt dat de beheerders van de overheidsgebouwen die reeds over een energieboekhouding beschikken het certificaat al eerder zouden invoeren.
Daarnaast suggereert de Raad om de internationale instellingen ook op te nemen in de lijst overheidsgebouwen, om de rendabiliteit van de gebouwen te berekenen op basis van realistische energiekosten en om sommige energiegegevens die voor certificering doorgestuurd worden naar het Vlaamse Gewest, te laten valideren door een energiedeskundige. Bovendien vraagt de Raad zich ook af of het niet beter is om het werk van interne energiedeskundigen te laten verifiëren door externe deskundigen. Ten slotte beveelt de Minaraad de Vlaamse overheden aan om actief en in begrijpelijke taal met de burger te communiceren over de energieprestatie van hun gebouwen.
De sociaal-econmische partners onthouden zich bij dit dossier omdat ze over hetzelfde onderwerp in SERV-verband advies uitbrengen. Het briefadvies.
Randvoorwaarden windenergie
In het verleden verschenen reeds verschillende studies over windenergie, vaak met tegenstrijdige resultaten. Daarom bestelde de Minaraad een literatuurstudie bij het studiebureau 3E om het potentieel van windenergie correcter te kunnen inschatten.
Op basis van de studie vraagt de Minaraad aan de Vlaamse overheid om mee de ideale omstandigheden te creëren waarbij het potentieel van hernieuwbare energiebronnen en in het bijzonder windenergie maximaal benut wordt. Concreet pleit de Raad voor: 1) het optimaliseren van het gebruik van kortetermijnvoorspellingen van windenergieproductie; 2) het maximaliseren van de vraagsturing; 3) het maximaliseren van de flexibiliteit van het productiepark; 4) het voorzien van marktmechanismen om vraag en aanbod beter af te stemmen op elkaar en 5) het bevorderen van de internationale uitwisseling van het regelvermogen.
De sociaal-economische partners onthouden zich. Het briefadvies en de studie.
Distributienetbeheerders
Momenteel vindt in de energiesector een consolidatie plaats van de strategische en operationele werkzaamheden van verschillende netbeheerders in aparte rechtspersonen zoals de werkmaatschappijen EANDIS en InfraX. De Vlaamse Regering wil daarom de reglementering inzake de onafhankelijkheid van distributie- en aardgasnetbeheerders aanpassen aan de gewijzigde marktomstandigheden, zodat uitbesteding aan deze werkmaatschappijen mogelijk wordt. De Minaraad vindt deze aanpassing logisch en noodzakelijk, maar meent ook dat de overheid kansen laat liggen om vooruitgang te boeken in de noodzakelijke verdere vrijmaking van de Vlaamse energiemarkt.
De Raad ziet het netbeheer eerder als een zuivere overheidstaak. Volgens de Raad zou een efficiënte en transparante werking van de elektriciteitsmarkt, met duidelijk onderscheiden marktrollen, ook de ontwikkeling van hernieuwbare energiealternatieven en initiatieven rond rationeel energiegebruik ten goede komen. De voorgestelde maatregelen komen hier niet aan tegemoet en leiden daarenboven tot een groter gebrek aan transparantie in de energiesector.
Ten slotte herhaalt de Minaraad zijn bezorgdheid dat het ontwerpbesluit geen belemmering mag vormen voor de verdere ontwikkeling van de sector van energiedienstenbedrijven. De Raad pleit voor een betere informatieverstrekking aan de energieklanten van hun verbruiksgegevens en voor meer transparantie bij de toekenning van energiepremies.
De sociaal-economische partners onthouden zich. Het briefadvies.
Kaderdecreet Strategische Adviesraden
De Vlaamse Regering heeft een aantal wijzigingen aan het kaderdecreet Strategische Adviesraden een tweede maal principieel goedgekeurd. Ditmaal echter zonder de Minaraad om advies te vragen. De Raad betreurt dit. Na de vorige adviesronde heeft de regering een belangrijke nieuwe bepaling ingevoerd. Het gaat om het invoeren van een wisselend voorzitterschap bij de Minaraad. De Raad is hiervoor geen vragende partij. De voorzitter van de Minaraad is tot nu toe een onafhankelijke deskundige die om de vier jaar aangeduid wordt. Deze methode leverde nog nooit problemen op. Bovendien betwijfelt de Raad of het wisselende voorzitterschap werkbaar is binnen de complexe context en heterogene samenstelling van de Minaraad. Ook de concrete invulling van het wisselende voorzitterschap is volgens de Raad niet duidelijk in het regeringsvoorstel.
De sociaal-economische partners onthouden zich omdat ze binnen de SERV al een advies uitbrachten. Het briefadvies op eigen initiatief.
Adviezen in wording
Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012
Handhaving
Nationaal Strategisch Referentiekader
Op 15 juni 2006 bezorgde de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme de adviesvraag over het ontwerp van de Vlaamse bijdrage aan het Nationaal Strategisch Referentiekader van de Europese Structuurfondsen. Dit kader verankert de agenda voor economische groei en tewerkstelling en verzekert de integratie van de beleidsprioriteiten van de EU. De Minaraad voorziet een advies op 6 juli 2006.
Veiligheid in tunnels
Naar aanleiding van enkele rampen in Europese tunnels, stelde de Europese Commissie de zogenaamde 'Tunnelrichtlijn' vast in 2004. Deze richtlijn legt veiligheidseisen op voor tunnels die langer zijn dan 500m. In Vlaanderen slaan deze regels op de Kennedy-, de Craeybeckx- en de Vier Armentunnel. De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur vroeg de Minaraad op 16 juni 2006 om advies over het voorontwerp van decreet dat deze Europese richtlijn moet omzetten voor Vlaanderen. De Minaraad voorziet een briefdadvies tegen de raadszitting van 6 juli 2006.
Regionale landschappen
De Vlaamse Regering vraagt de Minaraad jaarlijks om advies over de evaluatieverslagen dat de Vlaamse administratie opmaakt over de erkende regionale landschappen op basis van hun werkingsverslagen. Op 16 mei 2006 ontving de Minaraad de adviesvraag van het Agentschap voor Natuur en Bos. De evaluatieverslagen en adviezen vormen de beslissingsbasis voor de minister. Tegelijk ontving de Raad een adviesvraag over de aanvraag tot voorlopige erkenning van het Regionaal Landschap Groene Corridor. De Raad voorziet een advies over beide adviesvragen op 6 juli 2006.
Lokaal beleid milieu en duurzame ontwikkeling
Erkenning Dialoog
Mededelingen
Parlementaire hoorzitting bodemsanering
Info- en debatsessie milieubeleidsevaluatie
Hoorzitting plattelandsbeleid
Studie windenergie
Verschillende studies maken schattingen van de potentiële bijdrage van hernieuwbare energie tot de beleidsdoelstellingen inzake CO2-emissiereductie in Vlaanderen, België en andere lidstaten van de Europese Unie. Deze studies geven soms uiteenlopende resultaten. Voornamelijk omdat ze zich baseren op verschillende veronderstellingen met betrekking tot de starheid van het energiesysteem en daarmee gepaard gaand de capaciteit om op intelligente en efficiënte wijze om te gaan met de variatie in aanbod en vraag. Om de verscheidene resultaten deskundig te interpreteren is kennis van de basisveronderstellingen noodzakelijk. Daarom gaf de Minaraad begin 2006 de opdracht aan het studiebureau 3M om een literatuurstudie uit te voeren over de CO2-emissiereductie bij elektriciteitsproductie uit windenergie. De studie wijst op een aantal factoren waarmee het beleid rekening moet houden om het potentieel aan windenergie op een correcte wijze in te schatten.
Europese ontwikkelingen
EU-leiders nemen herwerkte strategie duurzame ontwikkeling aan
De Europese Strategie Duurzame Ontwikkeling werd in 2001 in Göteborg goedgekeurd. Een tussentijdse evaluatie liet evenwel uitschijnen dat niet-duurzame trends zich in verschillende domeinen verderzetten. Daarom stelde de Europese Commissie eind vorig jaar een herziening van de Strategie Duurzame Ontwikkeling voor. De Oostenrijkers hebben tijdens hun voorzitterschap van de EU een compromistekst uitgewerkt op basis van het EC-voorstel. Op de Europese Top van Wenen (15-16 juni 2006) namen de staatshoofden van de EU-lidstaten de herziene Strategie Duurzame Ontwikkeling uiteindelijk ook aan. Ze leggen daarbij de klemtoon op een duurzame productie en consumptie. Maar de link tussen de strategie en de Lissabonagenda blijft evenwel vaag.
Belangrijk om melden is de expliciete vermelding dat nationale raden voor duurzame ontwikkeling de betrokkenheid van het middenveld moeten verhogen bij al wat met duurzame ontwikkeling te maken heeft en bijdraagt tot een betere samenhang tussen de verschillende beleidsniveaus. De Strategie vermeldt in die context ook dat die raden daarbij het EEAC-netwerk kunnen gebruiken. De Minaraad is lid van het EEAC en huisvest het secretariaat van deze koepelorganisatie. De herziene EU-Strategie Duurzame Ontwikkeling en beknopte Euractiv-analyse.
