Spring door naar de eigenlijke inhoud

Sitemap Contact Bibliotheek





U bent hier: Home Nieuwsbrieven 2006 Elektronische nieuwsbrief 2006|6
Document acties

22 jun Elektronische nieuwsbrief 2006|6

Vastgestelde adviezen

Rechten van voorkoop

Met de oprichting van het E-voorkooploket en de harmonisering van de verschillende procedures inzake rechten van voorkoop, wil de Vlaamse Regering een belangrijke administratieve vereenvoudiging realiseren. De Minaraad erkent de waarde van het recht van voorkoop, maar pleit wel voor de decretale invoering van een periodieke evaluatie van het instrument. Tevens dringt de Raad aan dat het dossier samen met de Vlaamse Grondenbank behandeld wordt in het Vlaams Parlement.

Verder vraagt de Raad om de aflijning van het toepassingsgebied beter te bewaken en te beperken tot de Vlaamse voorkooprechten. Bij de opmaak van het geografische themabestand vindt de Raad dat de ingevoerde perimeters moeten overeenstemmen met de kadastrale perceelgrens. Ook percelen die voor minder dan 50% aangeduid zijn, moet de overheid opnemen met het oog op een meldingsplicht.

Bij de harmonisering wordt niet ingegrepen op sectorale voorkooprechten. De Raad ondersteunt dit, maar betreurt dat het ontwerpdecreet niet uitgaat van een rangorde indien er meerdere voorkooprechten gelden op één perceel. Ten slotte wijst de Raad op het complexe geheel van wijzigingsbepalingen. De Raad vraagt deze te controleren zodat geen inhoudelijke wijzigingen aan de sectorale wetgeving voor voorkooprechten worden doorgevoerd.

De Boerenbond, de UNIZO, Het VOKA en de Vlaamse Hoge Bosraad nemen een minderheidsstandpunt in met betrekking tot het voorkooprecht uit de pachtwet. Het advies.


Brownfieldconvenanten

In een gezamenlijk advies ondersteunen SERV en Minaraad de opmaak van brownfieldconvenanten. Toch menen zij dat er nog belangrijke verbeteringen aan het voorstel van de Vlaamse Regering mogelijk zijn. Zo is er meer aandacht nodig voor de selectie van brownfieldprojecten waarvoor de onderhandelingen met het oog op een brownfieldconvenant worden opgestart. De Raden menen tevens dat in het decreet een inspraakmogelijkheid moet worden opgenomen voor belanghebbenden die geen convenantpartij zijn. Zij stellen voorwaarden aan de voorziene afwijkingen van bestaande procedureregels en dringen aan op nadere onderbouwing van de voorgestelde ondersteuningsmaatregelen. Het gezamenlijke advies en het persbericht.


Plan-MER
Volgens de Minaraad en de SERV is het bijna altijd zinvol om vooraf het beleid te evalueren dat in voorbereiding is. Dit op voorwaarde dat realistische alternatieven worden onderzocht en dat wordt gekeken naar de belangrijkste gevolgen. Dit uitgangspunt leidt tot een reeks voorstellen tot aanpassing van het plan-MER decreet. Plan-MER is een techniek om beleid dat in voorbereiding is, te evalueren. De overheid gaat na welke de verschillende beleidsopties zijn. Ze vergelijkt die alternatieven op hun verwachte gevolgen voor de menselijke gezondheid en voor het leefmilieu. Vervolgens maakt ze de resultaten van die studie bekend en houdt ze er rekening mee bij haar beslissing. Plan-MER moet de overheid helpen om voor het beste alternatief te kiezen en om de negatieve gevolgen van dit alternatief zoveel mogelijk te vermijden of op te vangen. De Vlaamse Regering wil het bestaande decreet vervangen door een nieuwe regeling. Het gezamenlijke advies en het persbericht.

Energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen

In 2002 werd beslist dat alle Europese lidstaten inspanningen moeten doen om overheidsgebouwen energie-efficiënt in te richten. De energieprestatie van deze gebouwen moet publiek beschikbaar zijn. Dit geldt ook voor Vlaanderen, maar daar onze regio nog over onvoldoende gekwalificeerde en/ of erkende energiedeskundigen beschikt, heeft de regering besloten om de invoering van het energieprestatiecertificaat voor overheidsgebouwen uit te stellen tot oktober 2008. De Minaraad betreurt dit en vraagt dat de beheerders van de overheidsgebouwen die reeds over een energieboekhouding beschikken het certificaat al eerder zouden invoeren.

Daarnaast suggereert de Raad om de internationale instellingen ook op te nemen in de lijst overheidsgebouwen, om de rendabiliteit van de gebouwen te berekenen op basis van realistische energiekosten en om sommige energiegegevens die voor certificering doorgestuurd worden naar het Vlaamse Gewest, te laten valideren door een energiedeskundige. Bovendien vraagt de Raad zich ook af of het niet beter is om het werk van interne energiedeskundigen te laten verifiëren door externe deskundigen. Ten slotte beveelt de Minaraad de Vlaamse overheden aan om actief en in begrijpelijke taal met de burger te communiceren over de energieprestatie van hun gebouwen.

De sociaal-econmische partners onthouden zich bij dit dossier omdat ze over hetzelfde onderwerp in SERV-verband advies uitbrengen. Het briefadvies. 


Randvoorwaarden windenergie


In het verleden verschenen reeds verschillende studies over windenergie, vaak met tegenstrijdige resultaten. Daarom bestelde de Minaraad een literatuurstudie bij het studiebureau 3E om het potentieel van windenergie correcter te kunnen inschatten.

Op basis van de studie vraagt de Minaraad aan de Vlaamse overheid om mee de ideale omstandigheden te creëren waarbij het potentieel van hernieuwbare energiebronnen en in het bijzonder windenergie maximaal benut wordt. Concreet pleit de Raad voor: 1) het optimaliseren van het gebruik van kortetermijnvoorspellingen van windenergieproductie; 2) het maximaliseren van de vraagsturing; 3) het maximaliseren van de flexibiliteit van het productiepark; 4) het voorzien van marktmechanismen om vraag en aanbod beter af te stemmen op elkaar en 5) het bevorderen van de internationale uitwisseling van het regelvermogen.

De sociaal-economische partners onthouden zich. Het briefadvies en de studie.


Distributienetbeheerders

Momenteel vindt in de energiesector een consolidatie plaats van de strategische en operationele werkzaamheden van verschillende netbeheerders in aparte rechtspersonen zoals de werkmaatschappijen EANDIS en InfraX. De Vlaamse Regering wil daarom de reglementering inzake de onafhankelijkheid van distributie- en aardgasnetbeheerders aanpassen aan de gewijzigde marktomstandigheden, zodat uitbesteding aan deze werkmaatschappijen mogelijk wordt. De Minaraad vindt deze aanpassing logisch en noodzakelijk, maar meent ook dat de overheid kansen laat liggen om vooruitgang te boeken in de noodzakelijke verdere vrijmaking van de Vlaamse energiemarkt.

De Raad ziet het netbeheer eerder als een zuivere overheidstaak. Volgens de Raad zou een efficiënte en transparante werking van de elektriciteitsmarkt, met duidelijk onderscheiden marktrollen, ook de ontwikkeling van hernieuwbare energiealternatieven en initiatieven rond rationeel energiegebruik ten goede komen. De voorgestelde maatregelen komen hier niet aan tegemoet en leiden daarenboven tot een groter gebrek aan transparantie in de energiesector.

Ten slotte herhaalt de Minaraad zijn bezorgdheid dat het ontwerpbesluit geen belemmering mag vormen voor de verdere ontwikkeling van de sector van energiedienstenbedrijven. De Raad pleit voor een betere informatieverstrekking aan de energieklanten van hun verbruiksgegevens en voor meer transparantie bij de toekenning van energiepremies.

De sociaal-economische partners onthouden zich. Het briefadvies.


Kaderdecreet Strategische Adviesraden

De Vlaamse Regering heeft een aantal wijzigingen aan het kaderdecreet Strategische Adviesraden een tweede maal principieel goedgekeurd. Ditmaal echter zonder de Minaraad om advies te vragen. De Raad betreurt dit. Na de vorige adviesronde heeft de regering een belangrijke nieuwe bepaling ingevoerd. Het gaat om het invoeren van een wisselend voorzitterschap bij de Minaraad. De Raad is hiervoor geen vragende partij. De voorzitter van de Minaraad is tot nu toe een onafhankelijke deskundige die om de vier jaar aangeduid wordt. Deze methode leverde nog nooit problemen op. Bovendien betwijfelt de Raad of het wisselende voorzitterschap werkbaar is binnen de complexe context en heterogene samenstelling van de Minaraad. Ook de concrete invulling van het wisselende voorzitterschap is volgens de Raad niet duidelijk in het regeringsvoorstel.

De sociaal-economische partners onthouden zich omdat ze binnen de SERV al een advies uitbrachten. Het briefadvies op eigen initiatief.


Adviezen in wording

Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012
Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur vroeg de SERV en de Minaraad op 17 mei 2006 om advies over het ontwerp van Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012. Daar de twee Raden al samenwerkten bij de organisatie van de Vlaamse Klimaatconferentie, verkozen ze om een gezamenlijk advies uit te brengen over het ontwerpplan. De Minaraad heeft het gezamenlijke advies goedgekeurd op 22 juni, weliswaar met mandaat voor de werkgroep om nog enkele technische details uit te praten. Dit moet gebeuren tegen 26 juni. In de volgende nieuwsbrief komen we terug op de inhoud van het advies.

Handhaving
De milieuhandhavingswetgeving is versnipperd en verouderd. Daarom heeft de Vlaamse Regering zich voorgenomen deze regelgeving te actualiseren en eenvormig te maken. Voortbouwend op het werk van de vorige regering en de adviezen van de SERV en de Minaraad hierover in 2003, heeft de regering nu een voorontwerp van decreet opgesteld. Op 27 april 2006 ontving de Minaraad de adviesvraag over het milieuhandhavingsdecreet van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur. Samen met de SERV voorziet de Minaraad een gezamenlijk advies tegen de raadszitting van 6 juli 2006.

Nationaal Strategisch Referentiekader

Op 15 juni 2006 bezorgde de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme de adviesvraag over het ontwerp van de Vlaamse bijdrage aan het Nationaal Strategisch Referentiekader van de Europese Structuurfondsen. Dit kader verankert de agenda voor economische groei en tewerkstelling en verzekert de integratie van de beleidsprioriteiten van de EU. De Minaraad voorziet een advies op 6 juli 2006.


Veiligheid in tunnels

Naar aanleiding van enkele rampen in Europese tunnels, stelde de Europese Commissie de zogenaamde 'Tunnelrichtlijn' vast in 2004. Deze richtlijn legt veiligheidseisen op voor tunnels die langer zijn dan 500m. In Vlaanderen slaan deze regels op de Kennedy-, de Craeybeckx- en de Vier Armentunnel. De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur vroeg de Minaraad op 16 juni 2006 om advies over het voorontwerp van decreet dat deze Europese richtlijn moet omzetten voor Vlaanderen. De Minaraad voorziet een briefdadvies tegen de raadszitting van 6 juli 2006.


Regionale landschappen

De Vlaamse Regering vraagt de Minaraad jaarlijks om advies over de evaluatieverslagen dat de Vlaamse administratie opmaakt over de erkende regionale landschappen op basis van hun werkingsverslagen. Op 16 mei 2006 ontving de Minaraad de adviesvraag van het Agentschap voor Natuur en Bos. De evaluatieverslagen en adviezen vormen de beslissingsbasis voor de minister. Tegelijk ontving de Raad een adviesvraag over de aanvraag tot voorlopige erkenning van het Regionaal Landschap Groene Corridor. De Raad voorziet een advies over beide adviesvragen op 6 juli 2006.


Lokaal beleid milieu en duurzame ontwikkeling
De huidige samenwerkingsovereenkomst 'milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling' tussen Vlaanderen en de lokale overheden loopt af eind 2007. Op 13 december 2005 organiseerde de Minaraad al een colloquium over een nieuwe samenwerkingsvorm na 2007. Het leverde enkele nuttige ideeën op. De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur bezorgde de Minaraad vrijblijvend een krachtlijnennota voor een nieuwe samenwerkingsvorm vanaf 2008. De Raad formuleert hierover een advies op eigen initiatief op 6 juli 2006.

Erkenning Dialoog
Het departement Leefmilieu, Natuur en Energie vroeg de Minaraad op 14 juni 2006 om advies over de erkenningsaanvraag van de vzw Dialoog als thematische milieu- en natuurvereniging. De Raad voorziet een briefadvies tegen 6 juli 2006. 

Mededelingen

Parlementaire hoorzitting bodemsanering
De Vlaamse Regering heeft het ontwerp ter optimalisering van het Bodemsaneringsdecreet niet ter advisering voorgelegd aan de Minaraad. De Minaraad en de SERV hebben echter wel een gezamenlijk advies op eigen initiatief uitgebracht op respectievelijk 12 en 18 januari 2006. Het Vlaams Parlement buigt zich ondertussen over dit dossier en heeft de beide Raden uitgenodigd om het gezamenlijke advies toe te lichten in de parlementaire commissie Leefmilieu. Dit vindt plaats op 29 juni 2006 om 10u15 in het Vlaams Parlement.

Info- en debatsessie milieubeleidsevaluatie
Samen met het Steunpunt Milieubeleidswetenschappen en de SERV organiseert de Minaraad een info- en debatsessie over milieubeleidsevaluatie op donderdag 29 juni 2006 tussen 13u15 en 16u30. De centrale vraag is hoe het staat met de milieubeleidsevaluatie en waar het daarmee naar toe moet in de toekomst. Luc Goeteyn (Minaraad) treedt op als dagvoorzitter. Prof. dr. Pieter Leroy (UA), Ann Crabbé (UA) en Joos Gysen (HIVA-KUL) stellen het Vademecum Milieubeleidsevaluatie voor. Dr. ir. Froukje Boonstra en drs. Wiebren Kuindersma maken nadien de vergelijking met Nederland. Daarop volgt een debat met het publiek, onder leiding van Peter Van Humbeeck (SERV). De info- en debatsessie vindt plaats in de raadszaal van de SERV (Wetstraat 34-36, 1040 Brussel). Inschrijven is echter niet meer mogelijk wegens volgeboekt. 

Hoorzitting plattelandsbeleid
Op 4 juli 2006 tussen 14 en 17u00 organiseert de Minaraad de hoorzitting 'Naar een nieuw Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013' in de eigen raadszaal. Eva Verstraete (VLM-Afdeling Platteland) komt vier scenario's voor het Vlaamse platteland in 2030 toelichten en Patricia De Clercq (Departement Landbouw en Visserij) zal de strategie achter het Vlaams PDPO 2007-2013 schetsen. Sophie Dewispelaere en Joris Relaes (Kabinet Minister Leterme) zullen uitleg geven over de geplande maatregelen uit het Vlaamse PDPO 2007-2013. Na deze toelichtingen kunnen de deelnemers in debat treden met de sprekers. Inschrijven is ondertussen echter niet meer mogelijk wegens volgeboekt.

Studie windenergie

Verschillende studies maken schattingen van de potentiële bijdrage van hernieuwbare energie tot de beleidsdoelstellingen inzake CO2-emissiereductie in Vlaanderen, België en andere lidstaten van de Europese Unie. Deze studies geven soms uiteenlopende resultaten. Voornamelijk omdat ze zich baseren op verschillende veronderstellingen met betrekking tot de starheid van het energiesysteem en daarmee gepaard gaand de capaciteit om op intelligente en efficiënte wijze om te gaan met de variatie in aanbod en vraag. Om de verscheidene resultaten deskundig te interpreteren is kennis van de basisveronderstellingen noodzakelijk. Daarom gaf de Minaraad begin 2006 de opdracht aan het studiebureau 3M om een literatuurstudie uit te voeren over de CO2-emissiereductie bij elektriciteitsproductie uit windenergie. De studie wijst op een aantal factoren waarmee het beleid rekening moet houden om het potentieel aan windenergie op een correcte wijze in te schatten.


Europese ontwikkelingen

EU-leiders nemen herwerkte strategie duurzame ontwikkeling aan

De Europese Strategie Duurzame Ontwikkeling werd in 2001 in Göteborg goedgekeurd. Een tussentijdse evaluatie liet evenwel uitschijnen dat niet-duurzame trends zich in verschillende domeinen verderzetten. Daarom stelde de Europese Commissie eind vorig jaar een herziening van de Strategie Duurzame Ontwikkeling voor. De Oostenrijkers hebben tijdens hun voorzitterschap van de EU een compromistekst uitgewerkt op basis van het EC-voorstel. Op de Europese Top van Wenen (15-16 juni 2006) namen de staatshoofden van de EU-lidstaten de herziene Strategie Duurzame Ontwikkeling uiteindelijk ook aan. Ze leggen daarbij de klemtoon op een duurzame productie en consumptie. Maar de link tussen de strategie en de Lissabonagenda blijft evenwel vaag.

Belangrijk om melden is de expliciete vermelding dat nationale raden voor duurzame ontwikkeling de betrokkenheid van het middenveld moeten verhogen bij al wat met duurzame ontwikkeling te maken heeft en bijdraagt tot een betere samenhang tussen de verschillende beleidsniveaus. De Strategie vermeldt in die context ook dat die raden daarbij het EEAC-netwerk kunnen gebruiken. De Minaraad is lid van het EEAC en huisvest het secretariaat van deze koepelorganisatie. De herziene EU-Strategie Duurzame Ontwikkeling en beknopte Euractiv-analyse.


Nieuw
01 feb 2012 Nieuwsbrief:
Elektronische nieuwsbrief 2012|1
30 jan 2012 Advies:
Inhoudelijke aspecten van de eerste 8 ontwerpbesluiten van de Vlaamse Regering tot aanwijzing en vaststelling van SBZ's en de bijhorende IHD's en prioriteiten (met SALV)
26 jan 2012 Advies:
Erkenning privaat natuurreservaat E-409 "Gondebeek" te Melle, Merelbeke en Oosterzele (Oost-Vlaanderen)
24 jan 2012 Advies:
Erkenning Bosgroep Antwerpen Zuid
23 jan 2012 Advies:
Erkenning Bosgroep Zuidwest Brabant
23 jan 2012 Advies:
Uitbreiding van een erkend natuurreservaat E-016 “Tikkebroeken” te Kasterlee en Oud-Turnhout (Antwerpen)
23 jan 2012 Advies:
Uitbreiding van het erkend natuurreservaat E-216 "Hof ten Berg" te Galmaarden (Vlaams-Brabant) en Geraardsbergen (Oost-Vlaanderen)
23 jan 2012 Advies:
Uitbreiding erkend natuurreservaat E-161 "Duivenbos" te Herzele (Oost-Vlaanderen)
23 jan 2012 Advies:
Evaluatie van de werking van de Regionale Landschappen in 2010
23 jan 2012 Advies:
Instemmingsdecreet met het samenwerkingsakkoord REACH
Disclaimer © Minaraad 2012 Over deze website