06 apr Elektronische nieuwsbrief 2006|4
Vastgestelde adviezen
Advies van 30 maart 2006 over de aanpassing van het Oppervlaktedelfstoffenbesluit
Het gezamenlijke advies werd unaniem vastgesteld. U vindt het volledige advies en de perstekst op de websites van SERV en MiNa-Raad.
Advies van 30 maart 2006 over de Energieprestatieregelgeving
energieprestatieregelgeving bijsturen. De regering wenst het EPB (energieprestatie en binnenklimaat) -voorstel uit een bouwvergunningsaanvraag te schrappen en het te vertalen in een formele verklaring. Daarin verklaart de architect dat hij rekening houdt met de EPB-eisen en de te nemen maatregelen besproken heeft met de bouwheer. De Vlaamse Regering stelt daarnaast nog voor om een aantal bijkomende gegevens op te nemen in de startverklaring, acht dagen vooraleer de werken effectief beginnen. De MiNa-Raad vraagt echter het EPB-voorstel te behouden bij de bouwvergunningsaanvraag en dat zeker voor kant-en-klare projecten. Bovendien wil de Raad dat de overheid bijzondere inspanningen levert om de bouwheren in een vroege fase te sensibiliseren en om flankerende maatregelen uit te werken zodat de bouwheren er alle baat bij hebben om aandacht te besteden aan energiebesparende maatregelen.
De Raad steunt de oprichting van een gewestelijke energieprestatiedatabank. Daarbij rekent hij erop dat eerder ingevoerde opmetingen steeds beschikbaar blijven voor toekomstige verslaggevers of energiedeskundigen. Ook het brede publiek moet de databank in beperkte mate kunnen consulteren via het internet om bv. de energieprestaties van een te huren of te kopen woning te kunnen inschatten. Bovendien vraagt de Raad te onderzoeken of deze databank ook aan andere databanken gekoppeld kan worden.
Ten slotte erkent de Raad dat de verlenging van de overgangsregeling met 6 maanden op dit moment moeilijk te vermijden is. De Raad betreurt echter dat niet vroeger ingegrepen werd, daar de inhoud van de Europese richtlijn al meerdere jaren gekend is.
Het advies werd vastgesteld mits de onthouding van de sociaal-economische partners.
Briefadvies van 30 maart 2006 over de Scheldeverdragen met Nederland
De MiNa-Raad vraagt om het verdrag over de uitvoering van ontwikkelingsschets 2010 samen met een uitvoeringsmatrix voor te leggen aan het Vlaams Parlement. Die matrix moet de oppervlakten, timing, budget en verantwoordelijkheden voor alle geplande projecten (zowel de Vlaamse als de gezamenlijke projecten vermeld in het verdrag) bevatten. Zo kunnen onduidelijkheden vermeden worden. Naast de matrix pleit de Raad ook voor de oprichting van een kenniscentrum voor morfologisch onderzoek.
Bij het verdrag over de samenwerking op het vlak van het beleid en beheer van de Schelde, vraagt de MiNa-Raad de oprichting van een maatschappelijk adviesorgaan dat advies kan uitbrengen over de verschillende beleidsaspecten. Bovendien is er meer transparantie wenselijk om de betrokkenheid van de vertegenwoordigende organisaties te optimaliseren.
Ten slotte dringt de MiNa-Raad aan op verschillende vormen van bestuurlijke samenwerking tussen de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie en de Internationale Scheldecommissie (ISC). Dit kan de efficiëntie en de effectiviteit verhogen, zoals bv. bij een eventuele integratie van het Vlaams-Nederlandse maatschappelijke adviesorgaan in het maatschappelijk adviesorgaan dat opgericht wordt in het kader van de ISC.
Het briefadvies werd unaniem vastgesteld.
Briefadvies van 30 maart 2006 over de MBO gebruikte oliën en vetten
vindt de MBO een goed instrument hiertoe, maar in deze MBO werden nog niet alle randvoorwaarden ingevuld. De toegevoegde waarde van de MBO zal in grote mate afhangen van de toekomstige onderhandelingen tussen de overheid en de sector over de doelstellingen inzake inzameling, verwerking en preventie.
De Raad staat verder positief tegenover het vergoedingsysteem dat ingevoerd wordt voor de inzameling via de gemeentelijke containerparken. Om het systeem optimaal te laten functioneren, moeten volgens de Raad echter drie voorwaarden bewaakt worden: een volledige transparantie over de kosten bij alle betrokken partijen, een goede marktwerking en een duidelijk engagement van de Vlaamse overheid om de consumentenbijdrage zo laag mogelijk te houden, zodat de gemeenten, inzamelaars of verwerkers van de vetten en oliën geen winst maken op de nek van de consument. De MBO is een ideaal instrument om het internaliseren van milieukost in de prijs van de producten te realiseren, zolang dit op een transparante en democratische wijze gebeurt.
Het briefadvies werd unaniem goedgekeurd.
Adviezen in wording
Kaderdecreet strategische adviesraden
Voorkooprecht
Erkenning energiedeskundigen woningbouw
Vlaams toewijzingsplan CO2-emissierechten 2008-2012
Mededelingen
Viering 15 jaar MiNa-Raad
Vijf jaar geleden wijdde de MiNa-Raad al een academische zitting aan de evaluatie van de eerste tien werkjaren. Toen formuleerden enkele prominenten gastsprekers enkele voorstellen om de impact van de Raad op het Vlaamse milieu- en natuurbeleid te vergroten, want alles kan beter. Hoog tijd dus om te polsen of de MiNa-Raad zijn huiswerk goed gemaakt heeft en in tussentijd rekening hield met de suggesties van toen. Hiertoe voorziet de Raad tijdens de viering een bijdrage vanuit academische hoek, het maatschappelijke middenveld en van enkele pioniers en politici.
Omdat 2006 ook in het teken van de administratieve hervorming (BBB) staat, speelt de Raad daar ook op in. Op het einde van de viering lanceert de MiNa-Raad zijn nieuwe huisstijl en website.
Meer details over het programma en de practica vindt u op de website van de MiNa-Raad.
Verslag hoorzitting NME
Europese ontwikkelingen
Beoordeling milieu-integratie in EU-landbouwbeleid
Op 21 maart 2006 bracht het Europese Milieuagentschap (EMA) een nieuw rapport uit over de integratie van milieuaspecten in het Europese landbouwbeleid. Landbouw heeft namelijk een grote invloed op het milieu in de EU, zowel in negatieve als in positieve zin. Het EMA onderzocht of relevante beleidsmaatregelen doelgericht zijn vanuit een perspectief van biodiversiteit. De briefing is gebaseerd op de resultaten van het IRENA-project, een project over agromilieu-indicatoren voor de monitoring van de integratie van milieuaspecten in EU-landbouwbeleid. In het Europese gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) werd een breed scala aan beleidsinstrumenten voor agromilieubeleid opgenomen. Het effect daarvan is echter in het algemeen afhankelijk van de mate waarin deze instrumenten op nationaal niveau worden geïmplementeerd. Een geografische analyse laat zien dat de overlap tussen agromilieuprogramma's en Natura 2000-gebieden verbeterd kan worden ter realisering van milieudoelstellingen. Meer inspanningen zijn nodig op het gebied van gegevensverzameling en beleidsevaluatie om het milieueffect van het GLB volledig te kunnen beoordelen. Klik hier voor het volledige EMA-rapport.
Transport en milieu
