12 dec Elektronische nieuwsbrief 2006|10
Vastgestelde adviezen
Saneringsplan fijn stof
De overschrijdingen van de fijnstofdrempel (PM10) in het jaar 2003, zorgden ervoor dat Vlaanderen een saneringsplan moet opstellen voor Europa. Dit actieplan diende voor eind 2005 aan de Commissie overgemaakt te worden. Aangezien in de toekomst nog overschrijdingen verwacht worden, is het actieplan een ‘algemeen plan’ geworden.
Minaraad en SERV erkennen de noodzaak van een planmatige aanpak van fijn stof en vragen om het voorliggende reductieplan te integreren in het NEC-reductieplan.
De interpretatieverschillen van de EU Richtlijn Luchtkwaliteit in de diverse lidstaten zorgen ervoor dat er geen gelijk speelveld is op Europees vlak. Vlaanderen zou deze verschillen moeten aankaarten op Europees vlak. De Raden vinden ook dat de overheid moet anticiperen op bepaalde Europese initiatieven zoals de Thematische Strategie inzake Luchtverontreiniging. Vlaanderen hoort een zeer alerte en actieve houding in te nemen bij de verdere besprekingen van de strategie en bij de verdeling van de inspanningen over de lidstaten.
Het plan geeft niet aan welke reductie de vooropgestelde maatregelen kunnen realiseren. SERV en Minaraad vragen dat op basis van het economisch en technisch realiseerbaar reductiepotentieel van de verschillende maatregelen een globale Vlaamse reductie berekend wordt. De Raden formuleren ook criteria voor het bepalen van de prioriteit van een maatregel. In het advies sommen de Raden ook enkele prioritaire maatregelen op. Ten slotte wordt gewezen op de noodzaak van een aanvullend lokaal beleid.
Het gezamenlijke advies werd unaniem goedgekeurd in de Minaraad op 26 oktober 2006 en in de SERV op 8 november 2006.
Ruimtelijke veiligheidsrapportage
Vlaams minister Peeters vroeg SERV en Minaraad om advies over een ontwerp van besluit over ruimtelijke veiligheidsrapportage. Ruimtelijke veiligheidsrapportage is een instrument om ervoor te zorgen dat op lange termijn voldoende afstand wordt bewaard tussen Seveso-inrichtingen enerzijds en kwetsbare gebieden (zoals woongebieden) anderzijds. De Seveso II-Richtlijn verplicht de overheid om die doelstelling te realiseren. Dit met het oog op het voorkomen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het voorgelegde ontwerpbesluit bepaalt voor welke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) er een ruimtelijk veiligheidsrapport moet worden opgesteld.
Het ontwerpbesluit is degelijk maar kan best vervolledigd worden met bijkomende maatregelen.Het besluit voorziet dat alleen RUP’s het voorwerp kunnen zijn van ruimtelijke veiligheidsrapportage. De vraag rijst of dit de meest efficiënte aanpak is. De concentraties van Vlaamse Seveso-inrichtingen bevinden zich vooral in de Vlaamse zeehavens. Voor die zeehavens worden strategische plannen opgesteld. Momenteel worden voor de havengebieden veiligheidsrapporten opgesteld in het kader van deze strategische planning. Die aanpak van veiligheidsrapportage in het kader van strategische havenplanning is succesvol en kan best een basis krijgen in de regelgeving.
Het gezamenlijke advies werd unaniem goedgekeurd binnen Minaraad en SERV op respectievelijk 26 oktober en 8 november 2006.
Materialengebruik en afvalbeheer in de bouw
De Vlaamse Regering heeft na 12 jaar een nieuw ontwerp van uitvoeringsplan klaar voor milieuverantwoord materialengebruik en afvalbeheer in de bouwsector. De looptijd betreft nu 2006-2010 en mogelijk is dit het laatste specifieke afvaluitvoeringsplan voor de bouwsector.
Globaal is de Minaraad positief over het plan. De Raad betreurt wel dat het uitvoeringsplan expliciet afstand neemt van de dynamiek rond duurzaam bouwen. Het plan belicht vooral de milieupijler, terwijl het gezondheidsaspect van bouwmaterialen tijdens de productie-, gebruiks- en afvalfase daardoor niet aan bod komt. Daarom vraagt de Raad dat het plan deel zou uitmaken van een breder kader, waarin bouwmaterialen in al hun aspecten aan bod komen.
De keuze om een afwegingsmethode te ontwikkelen op gebouwniveau houdt risico's in. De Minaraad is van oordeel dat de milieu- en gezondheidsprestaties voor elk van de individuele aspecten van een gebouw (bv. het energie-, materialen- en watergebruik) zichtbaar en herkenbaar moeten zijn in het afwegingskader.
Er is nood aan meer concrete doelstellingen, bijvoorbeeld over de mate van ontkoppeling tussen economische groei (wonen en bouwen) en de milieudruk als gevolg van het materiaalgebruik in de bouw. Die doelstellingen moeten afgestemd zijn met binnen- en buitenland (én niet enkel met Nederland).
Procedureel werden de gemeenten over het hoofd gezien. Waarschijnlijk verklaart dit waarom weinig verbanden gelegd worden met hun werking en specifieke taken.
Het briefadvies werd unaniem goedgekeurd tijdens de raadszitting van 26 oktober 2006.
Hererkenning Regionaal Landschap Meetjesland
In 2000 ontving het Regionaal Landschap Meetjesland (RLM) een definitieve erkenning voor 6 jaar. Zoals dit eind vorig jaar al gebeurde voor 7 andere regionale landschappen, is ook het RLM nu toe aan een hererkenning voor opnieuw 6 jaar. De Raad adviseert positief over de verlenging van de definitieve erkenning, mits enkele voorwaarden. Over een bijkomende vraag ter uitbreiding van het werkingsgebeid van het regionaal landschap met enkele zuidelijke gemeenten, wenst de Raad zich echter niet uit te spreken.
Het briefadvies werd unaniem goedgekeurd tijdens de raadszitting van 26 oktober 2006.
Programmadecreet begroting 2007
Met het programmadecreet ter begeleiding van de begroting 2007 wil de Vlaamse Regering heel wat wijzigingen aanbrengen aan de bestaande milieuheffingen. De Raad betreurt dat deze wijzigingen niet kaderen in een algemene visie op de inzet van economische instrumenten, noch binnen de reeds lang beloofde visie op de financiering van het Vlaamse milieubeleid waarin de heffingen een belangrijke rol spelen.
De Raad vraagt met klem dat de toepassing van het kostenterugwinningsbeginsel uit de Europese Kaderrichtlijn Water gekaderd wordt in de economische analyse van het stroomgebiedbeheersplan. De Minaraad schaart zich wel achter de doelstelling om het regulerende karakter van de afvalheffingen te optimaliseren zodat het storten ontmoedigd wordt ten voordele van afvalverbranding. Toch is het voorstel van de Vlaamse Regering een gemiste kans. De Minaraad is van mening dat de inzet van financieel-economische instrumenten om de milieu-impact van afval aan te pakken zo integraal mogelijk moet worden bekeken. Dit betekent dat men blijvend oog moet hebben voor het regulerend karakter van economische instrumenten. De kost die de afvalstoffen met zich meebrengen, dient vanuit deze invalshoek in de eerste plaats mede volumegebaseerd te zijn. Daarnaast kan een toekomstige emissieheffing een bijkomend sturend effect hebben, met name in relatie tot de milieuperformantie van de afvalverwerkingstechnologie. Ten slotte vindt de Raad dat de regering de compensatieregeling voor de niet-aftrekbaarheid van milieuheffingen te ver heeft doorgetrokken.
Het advies werd goedgekeurd tijdens de raadszitting van 26 oktober 2006 mits de onthouding van de sociaaleconomische partners die zich hierover binnen de SERV uitspreken.
Ecologiesteun
Het ontwerpbesluit om de ecologiesteun aan Vlaamse ondernemingen te wijzigen, omvat de invoering van een wedstrijdsysteem en diverse begeleidende maatregelen. Daardoor moet het voor de regering mogelijk worden om voortaan met een gesloten enveloppe van 54 miljoen euro te werken.
De Minaraad gaat akkoord met het principe van een call-systeem maar maakt een aantal fundamentele kanttekeningen bij de manier waarop dit systeem vorm gegeven wordt. De beoordelingscriteria moeten transparanter worden en de kwalitatieve beoordeling moet doorslaggevend zijn. Wettelijke verplichtingen of investeringen die niet voldoen aan de milieuvoorwaarden, mogen geen steun krijgen. Bijkomende differentiëringscriteria moeten in de eerste plaats milieurelevant zijn.
De Raad pleit ook voor het afbakenen van de limitatieve technologieënlijst en voor het vastleggen van de inhoud en het gewicht van de criteria. De argumenten om hiertoe over te gaan zijn de integratie met het milieubeleid en de reeds aanwezige knowhow bij de administratie Leefmilieu. De evaluatie van het systeem dient regelmatig te gebeuren, maar moet onderbouwd en milieugericht zijn. Evaluatierapporten horen openbaar te zijn. Om zich uit te spreken over de voorgestelde milieuperformantiefactor en over de limitatieve technologieënlijst beschikt de Raad over te weinig informatie. De reden tot verbod op recall is hem onduidelijk.
Het advies werd goedgekeurd op de Raad van 26 oktober 2006. De sociaaleconomische partners onthielden zich omdat ze dit dossier binnen de SERV behandelen.
Milieu- en gezondheidsbeleid
De aandacht voor de relatie tussen milieu en gezondheid is de laatste jaren sterk toegenomen. Daarom gaf de Raad de opdracht aan het secretariaat om een studie te wijden aan deze materie. Op basis van de bevindingen uit deze studie werkte de Raad een advies op hoofdlijnen uit. De relatie tussen milieufactoren en gezondheid is bijzonder complex. Het oorzakelijk verband is niet altijd wetenschappelijk aantoonbaar en beperkt zich in sommige gevallen tot een sterk vermoeden. De wetenschappelijke onzekerheid en maatschappelijke complexiteit van milieugezondheid is een reden te meer om onderzoek te blijven voeren. De Minaraad vraagt in zijn advies ook extra-aandacht voor de bescherming van kinderen en socio-economisch zwakkeren.
De Raad kan zich vinden in een voortzetting van het beleidsondersteunend Steunpunt Milieu en Gezondheid, dat onder meer instaat voor de uitwerking van het Vlaams Humaan Biomonitoringprogramma. Ook het volledige medisch milieukundig netwerk zit, volgens de Minaraad, structureel goed in elkaar en heeft in twee jaar tijd veel ervaring opgebouwd. Het netwerk is gebiedsgericht, bottom-up uitgebouwd, gericht op participatie van lokale actoren, maar enkele standaardaanspreekpunten in elke Vlaamse gemeente moeten de bekendheid en de werking van de medische milieukundigen nog verbeteren. Huisartsen vormen een specifieke doelgroep van tussenpersonen die nog beter bij de werking betrokken moeten worden. De Minaraad vraagt tijdig aandacht voor de continuïteit van het netwerk in het licht van een hernieuwing van hun ‘contract met de Vlaamse overheid’.
Gezien de complexe relatie tussen milieufactoren en gezondheid hoopt de Minaraad dat de geïntegreerde databank, waarin milieugegevens en (anonieme) gezondheidsgegevens opgenomen worden, snel operationeel zal zijn. Dit zal immers een nuttig werkinstrument zijn om de milieugezondheidsproblematiek in kaart te brengen. Verder pleit de Raad nog voor het optimaal benutten van een samenwerkingsakkoord uit 2003 tussen de federale staat en de regio’s om gezamenlijke projecten op te starten.
De Minaraad nam kennis van de studie en keurde het advies unaniem goed op de zitting van 7 december 2006.
Instemmingsdecreet Albanië
Europese Stabiliteits- en Associatieovereenkomsten met niet-EU-landen moeten altijd door de lidstaten geratificeerd worden. Vooraleer de federale overheid dit in België kan doen, moeten de drie regionale parlementen met de overeenkomst instemmen. Vlaanderen buigt zich momenteel over een samenwerkingsovereenkomst met Albanië.
De Minaraad geeft een positief advies omdat de overeenkomst een gunstig effect kan hebben voor het leefmilieu en de natuur in Albanië. De Raad vraagt wel vroeger aan bod te mogen komen in het proces zodat de Raad meer ruimte heeft om bijsturingen ten voordele van het leefmilieu en de natuur voor te stellen.
Het briefadvies werd unaniem goedgekeurd op de Raad van 7 december 2006.
Adviezen in wording
Prioriteiten Duitse EU-voorzitterschap
Op 7 december kwamen Jan Verheeke, raadgever van het kabinet Peeters, Marjan Decroos (Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU) en Rik De Baere (Afdeling Internationaal Milieubeleid) de milieuprioriteiten van het Duitse EU-voorzitterschap en de positie die de Vlaamse Regering in die dossiers zal aannemen, toelichten. Op basis hiervan zal de Minaraad een advies op eigen initiatief formuleren met daarin aanbevelingen voor de Vlaamse onderhandelaars in Europa. Een advies op hoofdlijnen zal voorliggen op de Raad van 25 januari 2007.
EU-strategie pesticiden
Educatie Duurzame Ontwikkeling
Bescherming archeologisch erfgoed
Mededelingen
Nieuwe leiding secretariaat Minaraad
Hoorzitting opmaak (deel)bekkenbeheerplannen
Op 19 december 2006 organiseert de Minaraad de hoorzitting 'Opmaak (deel)bekkenbeheerplannen & inspraak'. De inspraak bij het tot stand komen van de (deel)bekkenbeheerplannen (zowel tijdens het planningsproces als bij de consultatie nadien) was een leerproces. De doelgroepen werden betrokken bij de sectorale analyse van het planningsproces. Bij latere fasen, zoals bij de visievorming en de uitwerking van de acties en maatregelen, was dat veel minder het geval. Sedert 22 november 2006 loopt het openbaar onderzoek over de plannen. De hoorzitting heeft tot doel na te gaan of lessen kunnen getrokken worden uit de eerste golf van plannen en of ideeën kunnen gesprokkeld worden om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk van wordt uitgevoerd. Het programma.
De hoorzitting vindt plaats in de raadszaal van de Minaraad tussen 9u30 en 12u30. Deelname is gratis. Inschrijven kan via de website (na registratie) of per e-mail voor vrijdag 15 december 2006.
Verslagboek 15 jaar Minaraad
Eind april vierde de Minaraad zijn 15de verjaardag. De viering vond plaats in het Vlaams Parlement en droeg de naam 'Alles kan beter, zélfs de Minaraad'. Alle bijdragen van die namiddag werden ondertussen gebundeld in een verslagboek. Dat was al een poosje digitaal beschikbaar maar is nu ook gedrukt verkrijgbaar. Wie nog een exemplaar wenst, kan dit gratis bestellen via info@minaraad.be.
Europese ontwikkelingen
Euro 5 en 6-normen
Vertegenwoordigers van het Europese Parlement en de Raad van Ministers hebben een voorlopig akkoord bereikt over de uitstootnormen van personenwagens. Daarbij werd de hoogte van de normen afgewogen ten opzichte van het tijdspad. Europa zou nieuwe Euro 5-normen vastleggen voor fijn stof en NOx tegen 2009 en een strengere Euro 6-norm voor NOx tegen 2014. De Euro 5-norm voor NOx zou 60 mg/km bedragen voor benzinewagens en 180 mg/km voor diesels. De Euro 6-norm zou 60 en 80 mg NOx/km bedragen, voor respectievelijk benzine en dieselwagens.
In hetzelfde dossier zouden de vertegenwoordigers het eens geraakt zijn om SUV-wagens van meer dan 2,5 ton tegen 2012 te onderwerpen aan de uitstootnormen voor personenwagens in plaats van deze voor het zware transport.
Als het volledige Parlement zich hier kan in vinden tijdens de zitting van 13 december 2006, dan kunnen de normen nog voor het kerstverlof aangenomen worden, maar de vertaalslag kan nog voor vertraging zorgen, zodat het afronden van het dossier even goed in 2007 kan plaatsvinden. Meer info.
