01 feb Elektronische nieuwsbrief 2012|1
Vastgestelde adviezen
Decreet Ruimtelijke Economie
Via het ruimtelijk economisch beleid wil de Vlaamse Regering het vestigingsmilieu in Vlaanderen verbeteren met het oog op een duurzame economische ontwikkeling. Het ontwerpdecreet Ruimtelijke Economie zet in op het in kaart brengen van de bedrijfshuisvestingsnoden; het confronteren van deze ruimtebehoeften met het aanbod aan bedrijventerreinen; het snel, efficiënt en effectief maken van de ontwikkelingsfase nadat een RUP is vastgesteld; het bewerkstelligen van zorgvuldig ruimtegebruik en het verlengen van de levensduur van bedrijventerreinen. De Minaraad heeft enkele bemerkingen vanuit milieu- en natuuroogpunt bij het ontwerpdecreet Ruimtelijke Economie (meer info).
De Raad keurde het briefadvies goed, maar Unizo, Voka-VEV en Boerenbond onthielden zich.
MBO-decreet
De Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement en de Minaraad hebben de bijsturing van de MBO-procedure gevraagd omdat de inspraakmogelijkheden van partijen die niet mee onderhandelen over de milieubeleidsovereenkomst te laat in de totstandkomingsprocedure voorzien is. Het ontwerp van decreet dat de Vlaamse Regering uitgewerkt heeft om aan deze bezorgdheid tegemoet te komen, zou de inspraakmogelijkheden voor derden efficiënter en effectiever moeten maken en de procedure moeten vereenvoudigen. De MBO-regels worden niet langer in een apart decreet vastgelegd, maar toegevoegd aan het DABM. De Minaraad is het eens met de grote lijnen van het ontwerpdecreet, maar heeft ook nog enkele vragen of bemerkingen (meer info).
De Minaraad keurde het briefadvies goed. Voka-VEV, Unizo en Boerenbond namen een standpunt in bij het hele briefadvies. Zij vinden de beperking van administratieve lasten prioritair. Voka-VEV is dan ook voorstander van een verregaande vereenvoudiging en kiest voor optie 4 van de RIA.
Evaluatie werking 2010 Regionale Landschappen
Elk jaar vraagt de afdeling Natuur en Bos (ANB) aan de Minaraad om hun evaluatieverslag over de werking van de regionale landschappen (RL) te adviseren. In 2010 heeft de Minaraad beslist om de jaarlijkse evaluatie van de RL anders aan te pakken door de klemtoon elk jaar te leggen op één welbepaald aspect van de werking van RL. In 2010 betrof dit de bestuursorganen. In 2011 worden de activiteiten van RL onder de loep genomen, specifiek met het oog op de mogelijke rol die RL kunnen spelen bij de implementatie van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) (meer info).
De Minaraad keurde het advies unaniem goed.
Instemming samenwerkingsakkoord REACH
Op 1 juni 2007 trad de Europese REACH-verordening in werking. Deze verordering voorziet in een compleet kader om de risico’s verbonden aan de productie, invoer en gebruik van chemische stoffen beter te kunnen inschatten en de nodige maatregelen te kunnen treffen. Om over te kunnen gaan tot een gecoördineerde en doeltreffende uitvoering van de REACH-verordening werd een gespecialiseerd samenwerkingsakkoord in het leven geroepen tussen de Federale Staat en de drie Gewesten. Hierbij verbinden alle betrokken overheden zich ertoe om een geïntegreerd controlebeleid uit te werken van chemische stoffen tijdens de hele levenscyclus vanaf de fabricage of invoer tot de datum van gebruik. Het akkoord creëert drie permanente overlegorganen, een Bevoegde Instantie en een Nationale Helpdesk. Naar aanleiding van het voorontwerp van instemmingsdecreet met dit samenwerkingsakkoord, formuleert de Minaraad een viertal bemerkingen (meer info).
De Minaraad keurde het briefadvies unaniem goed.
Inhoudelijke aspecten eerste 8 S-IHD-rapporten
De Vlaamse Regering vroeg Minaraad, SERV en SALV advies over de instandhou-dingsdoelstellingen (IHD) bij acht speciale beschermingszones (SBZ). De voor advies voorliggende ontwerpbesluiten van de Vlaamse Regering zijn de eerste in een reeks van 34 ontwerpbesluiten die de komende maanden nog aan de Raden zullen worden voorgelegd. Minaraad en SALV vertrekken in dit gezamenlijke advies vanuit de aandachts– en discussiepunten rond deze SBZ, verhelderen deze soms vrij complexe materie en geven in de krachtlijnen van het advies duidelijk aan waar er binnen de Raden consensus werd bereikt en waar niet (meer info).
Minaraad en SALV keurden het gezamenlijke advies unaniem goed.
Erkenning private natuurreservaten
Het Reservatenbesluit bepaalt dat het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de Minaraad om advies moet vragen over de erkenning van private natuurreservaten bij een eerste erkenning of wanneer het visiegebied wijzigt. Op die grond vroeg het ANB advies over vier reservatendossiers: het reservaatproject “Latemse Meersen” (Sint-Martens-Latem), het reservaatproject "Duivenbos" (Herzele), het reservaat project "Tikkebroeken" (Kasterlee en Oud-Turnhout) en het reservaatproject "Hof ten Berg" (Galmaarden en Geraardsbergen). De dossiers werden ingediend door Natuurpunt Beheer vzw.
De Minaraad gaf een gunstig advies aan de natuurreservaten "Duivenbos", "Latemse Meersen" en "Tikkebroeken". De erkenning van natuurreservaat "Hof ten Berg" werd principieel gunstig bevonden op voorwaarde dat de afbakening van het visiegebied aangepast wordt aan het Herbevestigd Agrarisch Gebied. Boerenbond en Landelijk Vlaanderen/Landelijke Gilden onthielden zich bij elk dossier.
Erkenning bosgroepen
Bosgroepen zijn duurzame samenwerkingsverbanden tussen bosbeheerders binnen een bepaald gebied om een rationeler bosbeheer mogelijk te maken. Bij de voorlopige en definitieve erkenning van die bosgroepen wordt de Minaraad om advies gevraagd. Op die grond vroeg het ANB advies over twee bosgroepen: "Bosgroep Zuidwest Brabant" en "Bosgroep Antwerpen Zuid". De Raad baseert zich daartoe op het evaluatieverslag van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en controleert of de bosgroep de twaalf doelstellingen van het Bosdecreet nakomt.
De Minaraad gaf voor beide bosgroepen een positief advies. De briefadviezen werden unaniem goedgekeurd.
Adviezen in wording
Evaluatie instrumenten natuur- en bosbeleid
In hun gezamenlijk advies over de gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen (2009) pleitten de Minaraad en de SALV voor een herijking van het instrumentarium. De Raden vroegen ook om deze operatie door te voeren vooraleer de opmaak van de concrete natuurrichtplannen zou starten. Uiteindelijk heeft de Minaraad zich voorgenomen om die evaluatie in eigen regie te nemen. De Minaraad werkt de lijvige studie op eigen initiatief over het volledige instrumentarium van natuur- en bosbeleid uit in functie van het ondersteunen van de instandhoudingsdoelstellingen (IHD) tegen - indien mogelijk - de raadszitting van 1 maart 2012. De studie zal begeleid worden door een advies.
Conceptnota's permanente vergunning en omgevingsvergunning
De Vlaamse Regering wil de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning samenvoegen tot één unieke omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning zou de toelating verlenen om zowel te bouwen als te exploiteren. Maar een stedenbouwkundige vergunning wordt in principe voor onbepaalde tijd afgeleverd, terwijl een milieuvergunning geldt voor maximaal 20 jaar. In de conceptnota's worden de eventuele gevolgen besproken van de invoering van een in beginsel in de tijd onbeperkte vergunning. Minaraad en SERV werken een gezamenlijk advies uit over deze conceptnota's tegen de raadszitting van 1 maart 2012.
NME-beleid voor de toekomst
De Permanente Werkcommissie NME van de Minaraad is bezorgd over de toekomst van het Vlaamse NME-beleid. Daarom bereidt de Minaraad een briefadvies op eigen initiatief voor tegen de raadszitting van 1 maart 2012 met daarin zijn visie op de rol van het NME-beleid in Vlaanderen.
Evaluatie van het Milieuhandhavingsdecreet
Artikel 41 van het Milieuhandhavingsdecreet stelt dat de Vlaamse Regering binnen de drie jaar na de inwerkingtreding van dit decreet aan het Vlaams Parlement een verslag moet bezorgen over de wijze waarop het decreet is toegepast. De evaluatiebepaling bevat een dubbele insteek. Enerzijds bepaalt artikel 41 dat de Vlaamse Regering in het kader van deze evaluatie eventueel de nodige voorstellen moet doen tot aanpassing van het decreet. Vervolgens stelt artikel 41 uitdrukkelijk dat de Vlaamse Regering bij deze evaluatie de mogelijkheid moet onderzoeken om bij de oplegging van bestuurlijke maatregelen ook in een bestuurlijke dwangsom te kunnen voorzien. Het Milieuhandhavingsdecreet werd in 2009 van kracht. Daarom bereiden Minaraad en SERV nu een advies op eigen initiatief voor tegen de raadszitting van 22 maart 2012 over deze evaluatieoefening.
Mededelingen
Verslagboek 20 jaar Minaraad. Op weg naar een duurzaam 2050
Op 16 december 2011 vond de viering van 20 jaar Minaraad plaats. De klemtoon lag niet op de realisaties van de voorbije 20 jaar, maar op wat de toekomst zal brengen en hoe we nu al op de uitdagingen van 2050 kunnen anticiperen. Het werd een heel boeiende dag met aandacht voor de thema's materialenbeheer, biodiversiteit en energievoorziening. Het verslagboek kan op de website gedownload worden, net als de presentaties van de keynote sprekers.
Europese ontwikkelingen
Milieu- en energieprioriteiten van het Pools en Deens EU-voorzitterschap
Op 1 januari 2012 heeft Denemarken het EU-voorzitterschap overgenomen van Polen. Op 17 januari 2012 hebben Vleva en Minaraad traditiegetrouw een infosessie georganiseerd waarop de belangrijkste realisaties van het uittredende voorzitterschap en, vooral, de prioriteiten van het inkomende voorzitterschap worden voorgesteld op het vlak van energie en milieu.
Wat betreft energie, zal Denemarken een hoge prioriteit toekennen aan het in juni 2011 gepubliceerde voorstel van de Commissie voor een Richtlijn betreffende energie-efficiëntie. Denemarken ambieert om in de loop van het voorzitterschap hierover een akkoord te bereiken tussen de Raad en het Europees Parlement. De ontwerp richtlijn wordt momenteel besproken in de commissie energie van het Europees Parlement. De ontwerp richtlijn vormt momenteel het onderwerp van een levendig debat, getuige de meer dan 1800 amendementen die de commissie energie heeft geagendeerd. Verder wil Denemarken een voortgangsrapport aannemen over het voorstel voor een verordening met richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur. Een geïntegreerde energie-infrastructuur is een noodzakelijke voorwaarde voor de integratie van de grote hoeveelheid hernieuwbare energie. Met het oog op het energiebeleid na 2020, beoogt Denemarken raadsconclusies aan te nemen over de in december gepubliceerde Energy Roadmap 2050 waarin wordt aangegeven hoe de EU haar lange termijndoelstellingen kan halen met inbegrip van adequate tussentijdse doelstellingen.
Wat betreft milieu, heeft Denemarken drie prioriteiten naar voor geschoven. Onder het hoofdstuk “An environmental and resource-efficient economy” beoogt Denemarken, verder bouwend op de raadsconclusies bereikt onder Pools voorzitterschap, de discussie verder te zetten over de routekaart voor een hulpbronnenefficiënt Europa. In deze context beoogt Denemarken raadsconclusies over het zevende Milieu Actie Programma (op de raad van 11 juni 2012) en over het EU-standpunt ter voorbereiding van de Rio+20 conferentie (op de raad van 9 maart 2012). In het licht van de (voorzichtige) raadsconclusies over de EU-strategie voor biodiversiteit bereikt onder Pools voorzitterschap, zal Denemarken ook de werkzaamheden hieromtrent verder zetten. Naast de werkzaamheden in verband met de biodiversiteit strategie verleent Denemarken prioriteit aan de EU ratificatie en implementatie van het ABS Protocol en zal COP11 in het kader van het Biodiversiteitsverdrag, die plaatsvindt in oktober 2012, worden voorbereid. Onder het hoofdstuk “Gezondheid en Leefmilieu”, staan onder andere de combinatie-effecten van chemische stoffen, de aankomende herziening van REACH, een herziening van de PIC-verordening en de Seveso-richtlijn op het programma. Hoewel er geen nieuw actieplan milieu en gezondheid komt, benadrukt Denemarken dat hieraan een apart hoofdstuk moet worden gewijd in het 7EAP. Tijdens de infosessie werd aangegeven dat hoewel “Ambitieuze klimaatactie” genoemd wordt als de derde prioriteit, het zeker niet de minst belangrijke is. De Denen beogen in maart raadsconclusies aan te nemen waarin de EU een evaluatie maakt van de klimaattop in Durban. Zeker te onthouden is ook dat Denemarken opnieuw een poging zou ondernemen om raadsconclusies te bereiken over de routekaart naar een koolstofarme economie nadat dit vorig jaar, onder Hongaars voorzitterschap, niet gelukt is omwille van het verzet van één lidstaat. In deze context tracht Denemarken ook het debat over mogelijke tussentijdse doelstellingen opnieuw op gang te brengen.
Het programma en de presentaties van de sprekers vindt u hier.
