25 mrt Elektronische nieuwsbrief 2009|3
Vastgestelde adviezen
Voorproject NEHAP 2008-2013
Het voorontwerp voorproject van het Nationaal Actieplan Leefmilieu-Gezondheid (NEHAP) 2008-2013 bevat specifieke projecten die het aantal gevallen van ademhalingsproblemen bij kinderen moeten doen dalen. SERV en Minaraad hebben algemene opmerkingen bij de afbakening, situering en toegankelijkheid van het voorontwerp. Ze betreuren het gebrek aan informatie evenals het gebrek aan betrokkenheid van de (maatschappelijke) actoren bij de opvolging van NEHAP. Nochtans is het bijzonder belangrijk dat onderzoekers en eerstelijnsactoren, die vertrouwd zijn met de toestand op het terrein en die het vertrouwen genieten bij de bevolking, informatie uitwisselen met elkaar. De Raden vragen zich ook af of er voldoende middelen en mankracht voorzien worden voor de uitvoering van het plan.
Verder gaat het NEHAP onvoldoende in op de synergie en de lacunes van de (beleids)maatregelen tussen al de verschillende bevoegdheidsniveaus. De onderlinge verschillen en gelijkenissen zijn onvoldoende bekend, waardoor het niet duidelijk is of het actieplan in concurrentie zal treden met de beleidsmaatregelen, onderzoeksopdrachten en beleidsintenties van de verschillende overheden in dit land. Omwille van de helderheid van het debat beschouwen Minaraad en SERV het als noodzakelijk dat de milieuoorzaken en gezondheidsproblemen die in beschouwing genomen worden, afgebakend en gemotiveerd worden.
De Raden vinden het goed dat er aandacht besteed wordt aan kinderen en een gezonder leefmilieu, maar dit mag niet ten koste gaan van de andere gevoelige groepen van de bevolking - waaronder ouderen en kansarmen. De dubbele band tussen milieu-gezondheid en kansarmoede is echter zoek in het NEHAP. De Raden vinden dit een gemiste kans. In het NEHAP worden wel transversale projecten opgenomen zoals ‘klimaatsverandering en gezondheid’ en ‘gezondheidseffecten en nanodeeltjes’. Deze projecten blijven echter in de gezondheids- en milieusferen gesitueerd. Ze dringen onvoldoende binnnen in andere beleidsdomeinen.
SERV en Minaraad vragen ook meer aandacht voor het toepassen of ontwikkelen van een ‘blootstellingsmodel’. Ten slotte formuleren de Raden vragen en opmerkingen bij de projecten uit het NEHAP.
De Minaraad keurde het gezamenlijke advies met de SERV unaniem goed op 12 maart 2009. De SERV keurde het goed op 13 maart 2009.
Jacht in vogelrijk gebied WBE Generale Vrije Polders
Artikel 6 van het Jachtvoorwaardenbesluit voorziet de opschorting van de jacht in vogelrijke gebieden tussen 15 november en eind februari. Jacht is wel toegestaan indien de lokale actoren - in gezamenlijk overleg of afzonderlijk - maatregelen voorstellen om de verstoring van de populaties watervogels te vermijden. Deze voorstellen moeten eerst aan de Minaraad voorgelegd worden.
De Raad ontving in februari een niet-consensus voorstel om te jagen in het vogelrijk gebied Wildbeheerseenheid (WBE) Generale Vrije Polders. De handleiding van ANB om de voorstellen gelijkvormig op te maken, is echter nog niet officieel goedgekeurd. Daarom achtte de Raad het niet wenselijk om een volwaardig advies uit te brengen. De Raad wenst opnieuw advies te geven na de nodige aanpassingen en na de publicatie van het ministerieel besluit dat een wettelijke basis moet geven aan de handleiding. De Minaraad vraagt de betrokken actoren wel om de standpunten van alle betrokken groepen kenbaar te maken.
De Minaraad keurde het briefadvies unaniem goed op 12 maart 2009.
Soortenbesluit
Met het Soortenbesluit beoogt de Vlaamse Regering een vereenvoudiging van de sterk versnipperde wetgeving voor soortengericht natuurbehoud en de opheffing van een aantal besluiten. De Raad bracht in 2007 al advies uit over het voorontwerp van het soortenbesluit en is in het algemeen verheugd dat de regering in belangrijke mate tegemoet gekomen is aan een reeks aanbevelingen van de Minaraad. Hij was evenwel ontgoocheld over de beperkte adviestermijn.
De Raad vraagt alle partners volwaardig te betrekken bij de inventarisatie. Daarom betreurt de Raad dat het ontwerpbesluit enkel de coördinatierol van het INBO vastlegt, maar geen regeling uitwerkt voor de inbreng met kwaliteitsgarantie van de andere partners. De Raad vraagt tevens aandacht voor monitoring en voor de snelle vaststelling van de bestaande rode lijsten.
De Minaraad wil ook een verdere verduidelijking van de (wetenschappelijke) criteria die gebruikt werden bij de opmaak van de soortenlijsten. Hij formuleert bedenkingen bij de uitholling van de basisbescherming van de categorie 1-soorten. Voka, Unizo en VHBR formuleren hierbij een standpunt. De Raad vraagt de regering ook de maatregelen die gelden voor de categorie 5-soorten en de maatregelen voor actieve soortenbescherming verder te verduidelijken. Hij dringt erop aan dat actieve soortenbescherming mogelijk moet zijn voor alle beschermde soorten. Voka, Unizo en Vlaamse Hoge Bosraad formuleren hierbij een standpunt. De Raad pleit verder voor een duidelijk uitgewerkte inspraakprocedure bij de opmaak van de soortenbeschermingsprogramma's. Een verplichte adviesvraag aan de Minaraad (een taak voor de nieuw op te richten permanente commissies natuur, bos, jacht en/of riviervisserij) kan daaraan voldoen.
Ten slotte spreekt de Raad zich uit over de maatregelen voor soortenbeheer. Binnen de huidige context, met de huidige kennis en het huidige beschikbare instrumentarium is een globale, gebiedsdekkende bestrijding van de vermelde soorten niet nodig voor. De Raad beveelt aan om aalscholver, ekster, gaai, kauw, kale jonker, kruldistel en speerdistel niet op te nemen in de lijst van categorie 6-soorten. De Vlaamse Hoge Bosraad formuleert hierbij een standpunt.
De Minaraad keurde het advies goed op 19 maart 2009, mits standpunten van Unizo, Voka en de Vlaamse Hoge Bosraad. De Boerenbond onthield zich.
Adviezen in wording
Actualisatie Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen
De Viceminister-president van de Vlaamse Regering en tevens Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening vroeg de Minaraad op 18 februari 2009 om advies over de actualisatie en gedeeltelijke herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Op basis van een evaluatie van het huidige beleidsplan heeft de Vlaamse Regering besloten om een aantal knelpunten gericht aan te pakken en de planhorizon van het huidige RSV te verlengen tot 2012. Dat laatste gebeurt vanuit de vaststelling dat de basisprincipes van het RSV - zeker op korte termijn - geldig blijven. In deze herziening wordt een oplossing geboden voor enkele dringende, operationele knelpunten inzake wonen, werken, vrije tijd, lijninfrastructuur en open ruimte, die een oplossing vereisen in de periode tot 2012. Deze gedeeltelijke herziening heeft de vorm gekregen van een addendum op het RSV: een aanvullende tekst voor het informatief deel van het RSV en een opsomming van wijzigingen aan het richtinggevende en bindend deel van het RSV. De Minaraad bereidt een advies voor tegen de raadszitting van 2 april 2009.
Vlaams Klimaatbeleidsplan - Voortgangsrapport 2008
Op 24 februari 2009 ontving de Minaraad een adviesvraag van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur over het voortgangsrapport 2008 van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 (VORA08). Het VORA08 is het eerste voortgangsrapport sinds de goedkeuring van het Vlaamse Klimaatbeleidsplan 2006-2012. De Vlaamse Regering besliste om om de twee jaar dergelijke evaluaties uit te voeren. In samenwerking met de SERV bereidt de Minaraad een advies voor tegen de raadszitting van 2 april 2009.
Voorlopige erkenning RL Voorkempen
Het Agentschap voor Natuur en Bos vroeg de Minaraad op 27 februari 2009 om advies over de aanvraag tot voorlopige erkenning van het Regionaal Landschap Voorkempen. De Minaraad voorziet een advies tegen de raadszitting van 29 april 2009.
Geurhinder
Op 13 november 2008 ontving de Minaraad de adviesvraag van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur over het visiedocument ‘De weg naar een duurzaam geurbeleid’. Daarin wordt in hoofdlijnen ingegaan op de (beleids)context, beleidshiaten, recente realisaties, de beleidsvisie en potentiële vernieuwende geurbeleidsmaatregelen in Vlaanderen. Dit document is bedoeld als basis om het maatschappelijke debat rond de problematiek van geurhinder te starten en zodoende een draagvlak te creëren binnen de diverse doelgroepen. De Minaraad werkt een advies uit tegen de raadszitting van 29 april 2009.
Duurzame recreatie
Tijdens een rondetafelgesprek in 2008 stelde de Minaraad vast dat de druk van toerisme en recreatie in het Vlaamse buitengebied de voorbije jaren sterk toegenomen is. Sindsdien werkt de Raad aan een advies op eigen initiatief waarin hij een aantal beleidssuggesties zal formuleren om de recreatiestromen beter in beeld te brengen en om de negatieve effecten van de druk op landbouw- en natuurgebieden tot een minimum te beperken. Het advies wordt voorbereid tegen de raadszitting van 29 april 2009.
Wijziging energiebesparingspremies voor woningen
De Minaraad ontving op 24 maart 2009 een adviesvraag van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie en Leefmilieu en Natuur over de wijziging van de energiebesparingspremies voor woningen en de wijziging van de openbare dienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energieverbruik. Het ontwerp van besluit beoogt een aantal knelpunten in het besluit van 9 mei 2008 weg te werken, zoals bijvoorbeeld het uitvoeren van de betalingen in hetzelfde jaar, de regeling van de premies voor eigenaars van een appartementsgebouw in mede-eigendom of de verfijning van de definitie van een bestaande woning om een dakisolatiepremie te kunnen toekennen. Daarnaast wil de regering de openbaredienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energieverbruik (besluit van 2 maart 2007) verhogen om het stilvallen van de inspanningen door historische opbouw van overdrachten te verhinderen. De Raad werkt een advies uit tegen de raadszitting van 29 april 2009.
Mededelingen
Studie begroting leefmilieu 2009
De Minaraad kijkt elk jaar uit naar de budgettaire onderbouwing van het Vlaamse leefmilieubeleid. In opdracht van de Raad schreef Bert De Wel, adjunct van de directeur van het secretariaat van de Minaraad, een studie over de leefmilieubegroting 2009. Daarin licht hij toe hoe het Vlaamse milieubeleid opgenomen is in de Vlaamse begroting. Hij kijkt hierbij naar de inkomsten van het milieubeleid (bv. milieuheffingen) en naar de uitgaven binnen de verschillende domeinen van het milieubeleid. De studie is gebaseerd op de begrotingsdocumenten zoals die werden ingediend in het Vlaams Parlement. De Minaraad heeft enkel kennisgenomen van de aangebrachte elementen; de studie bindt de Minaraad en de leden van de Minaraad niet.
Jaarverslag 2008
De Minaraad keurde op 19 maart 2009 het jaarverslag 2008 goed. Het voorbije jaar was een normaal werkjaar voor de Minaraad. De Raad bracht 53 adviezen uit: 49 op vraag en vier op eigen initiatief. Goed de helft van de adviezen werd unaniem vastgesteld, waarvan acht gezamenlijke adviezen met de SERV. Opvallend was het hoge aantal adviesvragen over de open ruimte, milieuhygiëne en klimaat. Net als de voorbije jaren, publiceerde het secretariaat van de Minaraad ook een studie over de Vlaamse begroting Leefmilieu 2008. Ter ondersteuning van de inhoudelijke werking organiseerde de Raad in 2008 tien hoorzittingen, die voornamelijk in het teken van klimaat en energie stonden.
Het uitneembare capitum selectum wordt volgende maand toegevoegd aan het jaarverslag. Het gaat dit jaar dieper in op de rol van het milieubeleid als hefboom uit de economische crisis. De auteurs formuleren voorstellen voor een positieve wisselwerking tussen milieubescherming en het behoud van onze welvaart tijdens de huidige economische crisis.
Europese ontwikkelingen
Herziening Eurovignet
De herziening van het Eurovignet verloopt moeizaam. Een informeel akkoord tussen de verschillende regeringen haalde het niet in december 2008. Het Tsjechische EU-voorzitterschap heeft nu een compromisvoorstel klaar dat de inbreng van de congestiekosten in de tolheffingen voor vrachtwagens met vier jaar uitstelt. Dit moet het meningsverschil van de baan helpen tussen de landen die het belasten van de congestiekosten aanhangen en de landen die vrezen dat de impact op het wegtransport buiten proportie zal zijn. Het uitstel met vier jaar houdt rekening met de huidige economische en financiële crisis.
De Tsjechen stellen ook voor om strikte voorwaarden op te leggen aan de landen die de congestiekosten willen aanrekenen. Zo zouden ze een actieplan moeten uitwerken om de verkeersdruk te verminderen op de wegen waar de tolheffing geldt. Worden de doelstellingen niet gehaald, dan moet de tolheffing geschrapt worden. Volgens het Tsjechische voorzitterschap hebben sommige Lidstaten zich vorig jaar al gekant tegen het voorstel van de Europese Commissie om het Eurovignet uit te breiden tot het hele Europese wegennet. Daarom suggereren ze om de focus te beperken tot het trans-Europese transportnetwerk (TEN-T) en andere snelwegen.
Begin maart van dit jaar keurde het Europese Parlement het voorstel goed om de inkomsten uit tolheffingen aan te wenden voor het drukken van de externe kosten van wegtransport. Het Tsjechische voorstel verwerpt elke vorm van voorbestemming van inkomsten, maar stelt wel dat de Lidstaten publiekelijk moeten aangeven waarvoor ze het geld willen gebruiken. De Europese ministers van Transport zullen deze voorstellen bespreken op 30 maart 2009.
