25 feb Elektronische nieuwsbrief 2009|2
Vastgestelde adviezen
Nationaal Klimaatplan 2009-2012
In een gezamenlijk advies formuleren Minaraad en SERV suggesties om de meerwaarde van het Nationaal Klimaatplan 2009-2012 (NKP) te verbeteren, want de Raden vinden de meerwaarde van het voorliggende Nationaal Klimaatplan 2009-2012 (NKP) onduidelijk en wellicht zeer beperkt. Het is zeker geen plan, en zelfs als rapport schiet het tekort. De Raden verwachten van een NKP een gecoördineerde Belgische strategie, zeker nu de vraag naar een krachtdadig en weloverwogen klimaatbeleid groot is. Concreet moet het NKP volgens de Raden zorgen voor een betere rapportage over de voortgang van het beleid en over de afstand tot de doelstellingen. Ten tweede vragen de Raden een publiek toegankelijke onlinedatabank met actuele informatie over de lopende en geplande klimaatmaatregelen op de diverse niveaus. Verder moet het NKP, veel meer dan vandaag het geval is, oplossingen plannen voor concrete afstemmings- en coördinatieproblemen tussen de verschillende beleidsniveaus. Ten slotte suggereren Minaraad en SERV om in het plan uitdrukkelijk ruimte te voorzien voor de governance-aspecten van het Belgische klimaatbeleid. Dat gaat dan ondermeer over mechanismen om te komen tot een meer gecoördineerde, overlegde en onderbouwde klimaatstrategie in België.
De Minaraad keurde het gezamenlijke advies goed op 19 februari 2009, de SERV deed dit op 18 februari 2009.
Organisatie waterzuiveringsbeleid
De Minaraad formuleert op eigen initiatief enkele aanbevelingen aan de Vlaamse Regering om het waterzuiveringsbeleid verder uit te bouwen zodat Vlaanderen de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water kan halen tegen 2015 of, mits uitstel, tegen 2027. Om het rendement van de waterzuiveringsinfrastructuur te verhogen, vraagt de Minaraad een beleidskader voor de opmaak van de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen (GUP). Hij geeft ook aanbevelingen voor de te hanteren methodiek in de GUP’s en vindt dat de individuele zuivering aan bod moet komen in de GUP's.
De Raad dringt daarnaast aan op de uitwerking van de rioolinventarisatieplannen, die het bijsturen van de verschillende waterzuiveringsplannen zullen vereenvoudigen. Om de afkoppeling van regen- en afvalwater te kunnen realiseren, moeten de grachtenstelsels opgewaardeerd worden en moet meer aandacht uitgaan naar het afkoppelen in stedelijke gebieden. Bij het (her-)ontwerpen van een industrieterrein of een woonverkaveling moet de overheid voldoende rekening houden met de waterhuishouding. De Minaraad vraagt dat de waterbeheerders de watertoets correct zouden toepassen en dat er stedenbouwkundige bepalingen in de verkavelingsvergunning worden opgelegd.
Verschillende wateractoren werken momenteel initiatieven uit om de transparantie en efficiëntie te verhogen in de watersector. De Minaraad ziet op dat vlak nog verbeteringen mogelijk en vindt onder meer dat het Vlaamse Gewest in zijn beheersovereenkomst met Aquafin het indicatorenkader voor de uitwerking van een resultaatsverbintenis moet vastleggen. Hij vraagt de overheid ook om op korte termijn een ecologische en economische maatstafvergelijking in de afvalwaterzuiveringssector voor te bereiden.
De Raad vraagt stimulansen te ontwikkelen om rationeel watergebruik toe te passen voor zowel huishoudens, landbouwers als bedrijven. Hij wil ook dat het Grijswaterbesluit wordt aangepast zodat andere initiatiefnemers en doelgroepen eveneens in aanmerking kunnen komen. Verder moet de regering een hogere prioriteit geven aan waterbesparingsdossiers die in aanmerking komen voor subsidies via de ecologiesteun of via het VLIF.
Controle en handhaving van de overtreders moet via het Milieuhandhavingsdecreet worden uitgewerkt. Qua financiering vindt de Raad dat het gemeentelijk waterbeleid een duidelijk onderscheid moet maken tussen onderhouds- en vervangingsprojecten enerzijds en uitbreidingsprojecten anderzijds. De subsidies moeten geënt worden op de bindende uitvoeringsplannen. In het kader van een algemene overheidsvisie voor het waterbeleid vraagt de Minaraad ten slotte aandacht voor de internalisering van milieukosten en voor de kosten van de verwijdering van stoffen bij de drinkwaterbereiding.
De Minaraad keurde het advies unaniem goed op 19 februari 2009.
Elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen
Met de wijziging aan het Elektriciteitsdecreet en het besluit ter bevordering van hernieuwbare energiebronnen legt de Vlaamse Regering de doelstelling voor hernieuwbare energie vast voor de periode na 2010 en probeert zij de certificaatwaarde af te stemmen op de reële minimale steun die de verschillende hernieuwbare energietechnologieën nodig hebben om rendabel te worden. Naast de algemene doelstelling van 13% hernieuwbare energiebronnen in 2020, legt de regering ook tussenliggende doelstellingen vast. Dit zorgt voor meer duidelijkheid bij de investeerders in groene-energieprojecten. Bovendien voorziet het wijzigingsdecreet dat de regering het percentage groene stroom kan optrekken bij een eventuele daling van het Vlaamse elektriciteitsgebruik.
De Minaraad verwelkomt dat de Vlaamse Regering een doelstelling voor hernieuwbare energie vastlegt voor de periode na 2010 en dat zij de certificaatwaarde poogt af te stemmen op de reële minimale steun die de verschillende hernieuwbare energietechnologieën nodig hebben om rendabel te worden.
De Raad betreurt echter het opheffen van de automatische verhoging. Hij vraagt ook duidelijk vast te leggen wanneer de herevaluatie van de onrendabele toppen zal plaatsgrijpen en hoe dit zal gebeuren, zodat de markt tijdig en passend kan reageren op eventuele aanpassingen. De Raad ziet verder niet in waarom de groenestroomboete verlaagd wordt vanaf 2016. Het is een sterke incentive die wegvalt. Bovendien daalt de marktwaarde van de groenestroomcertificaten hierdoor sterk. Ten slotte formuleert de Raad bedenkingen bij de specifieke technologieën zoals bv. fotovoltaïsche cellen, de bijstook van biomassa en waterkracht. Hij wijst daarbij ook op een aantal lacunes en gemiste kansen in de wijzigingsvoorstellen.
De Minaraad keurde het briefadvies goed op 19 februari 2009. De SERV-partners onthielden zich.
Adviezen in wording
Geurhinder
Duurzame recreatie
Verlengde jacht in Generale Vrije Polders
Actualisatie Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen
Voorproject Nationaal Actieplan Leefmilieu-Gezondheid 2008-2013
Op 18 februari 2009 ontving de Minaraad de adviesvraag van de Vlaamse ministers van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur en van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin over het voorproject van het Nationaal Actieplan Leefmilieu-Gezondheid 2008-2013 (NEHAP). Het voorproject streeft een daling van het aantal gevallen van ademhalingsproblemen (vooral bij kinderen) na. Het moet ook tegemoet komen aan bepaalde verbintenissen die België tijdens de Ministeriële Conferenties Leefmilieu-Gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie (Europa) is aangegaan en het voorproject sluit nauw aan bij het Europees Actieplan Leefmilieu Gezondheid 2004-2010. De Minaraad bereidt een advies voor tegen de raadszitting van 12 maart 2009.
Vlaams Klimaatbeleidsplan - Voortgangsrapport 2008
Mededelingen
Studie begroting Leefmilieu 2009
De Minaraad kijkt elk jaar uit naar de budgettaire onderbouwing van het Vlaamse leefmilieubeleid. In opdracht van de Raad werkt Bert De Wel, adjunct van de directeur van het secretariaat van de Minaraad, een studie uit over de leefmilieubegroting 2009. Daarin licht hij toe hoe het Vlaamse milieubeleid opgenomen is in de Vlaamse begroting. Hij kijkt hierbij naar de inkomsten van het milieubeleid (bv. heffingen) en naar de uitgaven binnen de verschillende domeinen van het milieubeleid. De studie baseert zich op de begrotingsdocumenten zoals die werden ingediend in het Vlaams Parlement. De studie zal ter kennisgeving voorgelegd worden aan de Minaraad tijdens de raadszitting van 12 maart 2009.
Europese ontwikkelingen
Rederijen berekenen kost emissiereducties
Volgens een studie van het onderzoeksbureau Trucost en het European Sustainable Investment Forum zou het internaliseren van de milieu- en gezondheidskost door luchtvervuiling de winst van de voornaamste rederijen met meer dan tweederde doen afromen. De koolstofdioxiden-, fijnstof-, zwaveloxiden- en stikstofoxidenemissies van schepen kosten elf MSCI-genoteerde bedrijven (Morgan Stanley Capital International-index) ongeveer 7,7 miljard euro per jaar aan extern toegebrachte milieuschade. Het internaliseren van deze kost zou voor zes bedrijven verlieslatend zijn en de algemene winstgevendheid van de elf bedrijven samen zou met 69% dalen. De aangekondigde plannen van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de Europese Commissie om nieuwe emissieplafonds vast te leggen, zijn volgens Trucost heel risicovol voor de waardebepaling van veel rederijen. Aangezien CO2 het meest bijdraagt tot de externe milieukost, zouden CO2-efficiënte schepen het vrachtvervoer moeten weghouden van CO2-intensief luchttransport. Maar een gebrek aan milieutransparantie bij de Europese rederijen maakt het moeilijk voor potentiële investeerders om de risico's en kansen in te schatten. Slechts vier van de elf bedrijven rapporteren luchtemissies, aldus Trucost. Meer info: Trucost en Eurosif.
De Minaraad is ook actief rond dit thema. De Raad wil dit jaar nog een studie laten uitvoeren over de impact van het maritiem transport op het klimaatbeleid en met aandacht voor de milieu-impact op de kustzone en de havens.
