13 feb Elektronische nieuwsbrief 2009|1
Vastgestelde adviezen
Wijziging Vlarea
Het ontwerpbesluit tot wijziging van Vlarea bevat een aantal bijsturingen aan de bestaande afval- en milieuregelgeving. SERV en Minaraad vinden heel wat aanpassingen positief omdat ze de effectiviteit, efficiëntie en legitimiteit van de aanvaardingsplichten vergroten. De Raden stellen wel vast dat het afsluiten van milieubeleidsovereenkomsten (MBO’s) in de praktijk soms lang kan duren omdat de onderhandelingen met de andere gewesten vaak aanslepen door een gebrekkige coördinatie van het beleid. Minaraad en SERV dringen daarom aan op het verzekeren van die beleidscoördinatie om juridische vacua te vermijden.
Voor een aantal afvalstromen is er in de praktijk geen alternatief voorhanden dan de MBO. De Vlareapiste van individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplannen is in een reeks gevallen niet werkbaar en inefficiënt. In deze gevallen is het afsluiten van een MBO zowel voor de overheid als voor de betrokken sectoren een verliesoperatie. Daarom dringen de Raden erop aan om werkbare en efficiënte regelingen af te spreken om inhoudelijk slagkrachtige MBO’s mogelijk te maken. Het ontwerpbesluit voorziet dat de cijfergegevens die voor OVAM bestemd zijn, door een onafhankelijk controlemechanisme gecertificeerd moeten worden. Het is echter niet duidelijk wat daar juist mee bedoeld wordt. De Raden waarderen het wel dat het gebruik van andere certificatiesystemen verduidelijkt en versoepeld wordt om de lasten en kosten van de rapportering te beperken. Ze wijzen er wel op dat in sommige gevallen een steekproefsgewijze controle van de aangeleverde informatie zou moeten volstaan.
Bij wijzigende Europese berekeningsmethodes moeten de Vlaamse recyclageresultaten voor batterijen en accu’s net als de recyclagedoelstellingen herberekend worden. Maar SERV en Minaraad waarschuwen dat dit niet mag leiden tot een verhoging van de milieuimpact. De Raden gaan akkoord met de schrapping van de specifieke aanvaardingsplicht voor fotochemicaliën, maar dan moet de overheid deze afvalstroom wel goed opvolgen omdat de marktsituatie opnieuw kan wijzigen. Ten slotte zijn de Raden geen voorstander om de lijst met secundaire grondstoffen uit te breiden met papiervezels.
De Minaraad keurde het gezamenlijke advies goed op 23 januari 2009. De SERV volgde op 26 januari 2009.
Decreet diepe ondergrond
Het ontwerpdecreet over de diepe ondergrond bestaat uit twee delen: het opsporen en winnen van koolwaterstoffen en het geologisch opslaan van koolstofdioxide in de ondergrond (CCS). De Minaraad heeft vooral bedenkingen bij het tweede luik van het decreet. Door de hoogdringendheid van het ontwerpdecreet, is het ontwerp niet afgestemd op de ontwerpregelgeving van de andere gewesten. Bovendien blijven de onzekerheden over de technische en economische haalbaarheid van CCS nog heel groot. In België is het potentieel voor geologische opslag ook nog onvoldoende gekend.
De Raad benadrukt dat de opslag van CO2 in het beste geval een minderwaardige oplossing voor het klimaatprobleem kan worden, want het houdt onduurzame energieproductiemethoden en grondstoffen langer in gebruik. Daarenboven hypothekeert CCS andere mogelijke (opslag)toepassingen van de ondergrond. Het ontwerp van decreet verwijst uitdrukkelijk naar technieken waarbij de winning van koolwaterstoffen gecombineerd kan worden met CO2-opslag. De Raad heeft vragen bij deze techniek, zeker omdat uitgeputte steenkoollagen in het algemeen weinig geschikt zijn om CO2 op te slaan. Hij vindt bovendien dat de Vlaamse Regering de begrippen ‘CO2-stroom’ en ‘lekken’ beter moet verduidelijken in het decreet.
De Minaraad vraagt om de rol van het Vlaams Parlement in het voorliggende decreet te versterken. Concreet suggereert de Raad dat het ontwerp van algemeen plan voor het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen en de opslag van CO2 meegedeeld wordt aan de voorzitter van het Vlaams Parlement. Het Vlaams Parlement heeft vervolgens een termijn van vijfenveertig dagen om zich via een resolutie of bij een met redenen omklede motie te verzetten tegen het ontwerpplan. Hij pleit ook voor het oprichten van een onafhankelijk fonds dat naast de monitoring ook de eventuele schade moet dekken voor een voldoende lange periode na het afsluiten en het overdragen van de site. Ten slotte beklemtoont de Minaraad dat energiebesparing en hernieuwbare energie absolute prioriteit verdienen om het klimaatsprobleem aan te pakken.
De Minaraad keurde het advies goed op 23 januari 2009. De SERV-partners onthielden zich.
MBO's reductie NOx-emissies
De ontwerpmilieubeleidsovereenkomsten met de chemiefederatie Essencia en het Verbond van de Glasindustrie (VGI) zijn bedoeld om de NOx-emissies van deze sectoren te reduceren. De Minaraad stelt vast dat de huidige maatregelen niet volstaan om het NOx-plafond te halen. Bij het overbruggen van de resterende kloof is een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van de inspanningen over de verschillende sectoren heen noodzakelijk. Door de gefragmenteerde aanpak per sector en het gebrek aan transparantie van de gebruikte gegevens is het onmogelijk voor de Raad om op te maken of de engagementen in de MBO’s zullen volstaan om de algemene emissieplafonds voor luchtverontreinigende stoffen uit de NEC-richtlijn te halen. De Raad wijst er ook op dat de MBO’s te laat komen. De resultaatsverbintenissen gelden voor 2013, terwijl de emissieplafonds uit de NEC-richtlijn tegen 2010 gehaald moeten worden. De Minaraad betreurt het dat de MBO-besprekingen te laat werden opgestart.
De Raad stelt ook vast dat de MBO’s geen specifieke sancties bevatten indien de doelstellingen niet gehaald worden in 2013. Bovendien is het terugvalscenario onzeker voor de Vlaamse overheid indien ze de MBO moet opzeggen. Dit zou betekenen dat de Vlaamse Regering moet terugvallen op een tijdelijke regulerende NOx-heffing voor stationaire bronnen met een maximale terugsluizing naar kostenefficiënte reductieprojecten. Op basis hiervan besluit de Minaraad dat het niet mogelijk is om de twee MBO’s goed te keuren zonder bijkomende toelichting en verantwoording van het gehanteerde emissieplafond. Ook de tussentijdse bijsturings- en sanctioneringsmogelijkheden moeten versterkt worden. De Raad is ten slotte onvoldoende overtuigd van de meerwaarde van de MBO’s ten opzichte van de mogelijkheid om een NOx-emissieheffing in te voeren.
De Raad keurde het advies goed op 4 februari 2009. De SERV-partners onthielden zich.
Financiële instrumenten integraal waterbeleid
Minaraad en SERV brachten gemeenschappelijk advies uit over het uitvoeringbesluit financiële instrumenten bij het decreet Integraal Waterbeleid. Dit besluit zorgt voor de nadere regeling van de onteigening ten algemene nutte, het voorkooprecht, de aankoopplicht en de vergoedingsplicht in overstromingsgebieden en oeverzones.
De Raden verwelkomen het uitvoeringsbesluit en appreciëren de uitwerking van de financiële instrumenten ter uitvoering van de waterbeheerplannen. Voor de waterbeheerders wordt het mogelijk om oeverzones en overstromingsgebieden te verwerven en voor gebruikers en eigenaars wordt duidelijk welke mogelijkheden ze hebben om de gevolgen van de afbakening op te vangen. Algemeen stellen de Raden vast dat ook andere regelgeving financiële instrumenten hanteert en vragen ze dat de verschillende procedures op elkaar worden afgestemd. Daarnaast doen de Raden enkele voorstellen ter verbetering bij het instrument aankoopplicht en vergoedingsplicht.
De Raden vragen om de procedure van de aankoopplicht aan te passen. Zo is de termijn om de aankoopplicht bij oeverzones in te roepen te kort, waardoor de gevolgen van de inrichting van een oeverzone niet goed kunnen worden ingeschat. Vervolgens moet de Grondenbank onafhankelijk kunnen optreden wanneer ze haar advies uitbrengt over het in aanmerking komt van een aanvraag tot aankoop en over de vaststelling van de aankoopprijs. Ten slotte vragen de Raden dat bij betwisting van zowel de aankoopplicht als de aankoopprijs de groep van deskundigen, die zetelt in het kader van de vergoedingsplicht, wordt ingeschakeld, alvorens gerechtelijke stappen moeten worden ondernomen.
De vergoedingsplicht geldt niet voor oeverzones. De Raden zien dat als een tekortkoming die moet worden rechtgezet in het decreet Integraal Waterbeleid of in de ontwerpdecreten over financiële instrumenten. Verder is er geen beroepsprocedure voorzien voor initiatiefnemer en betrokkene bij niet akkoord met de berekende vergoeding. Ook hiervoor kan volgens de Raden de groep deskundigen worden ingeschakeld.
De vastgelegde berekeningswijze voor het vergoeden van schade aan landbouwpercelen is volgens de Raden onjuist en moet dringend op punt worden gesteld. De berekeningswijze voor bosbouwpercelen is omslachtig en kan leiden tot onduidelijkheid De overheid moet de nodige kennis opbouwen over de impact van overstromingen op de houtproductie.
De Minaraad keurde het gezamenlijke advies goed op de zitting van 4 februari 2009.
Voorlopige erkenning RL Schelde-Durme
De Raad bracht advies uit over de aanvraag tot voorlopige erkenning van het Regionaal Landschap Schelde-Durme (RLSD). Het werkingsgebied omvat de gemeenten Berlare, Dendermonde, Hamme, Laarne, Temse, Waasmunster, Wetteren, Wichelen en Zele. De Minaraad adviseert positief over de aanvraag tot voorlopige erkenning van het RLSD. De Raad erkent dat het RLSD reeds een grote stap heeft gezet in de volwaardige uitbouw van een regionaal landschap, kaderend binnen de krijtlijnen van het erkenningsbesluit. De Minaraad dringt er evenwel op aan dat het RLSD zijn statuten zo snel mogelijk in orde brengt met de gewijzigde samenstelling van zijn werkingsgebied.
De Minaraad keurde het advies unaniem goed op 4 februari 2009.
Adviezen in wording
Geurhinder
Duurzame recreatie
Nationaal klimaatplan
Milieuvriendelijke elektriciteitsopwekking
Mededelingen
Studie milieuprioriteiten Tsjechische EU-voorzitterschap
Discussienota rol & werking adviesraden
Hoorzitting internationaal klimaatbeleid 2009
Europese ontwikkelingen
Nieuwe voorzitter EEAC
De Minaraad heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de Europese koepelorganisatie EEAC, die de nationale en regionale milieuadviesraden verenigt. Zo vond de eerste plenaire sessie in 1993 plaats in Brussel en trad de Minaraad in 2001 op als gastheer voor de jaarlijkse conferentie. Sinds 2005 herbergt de Minaraad het secretariaat van de EEAC en tijdens het Belgische EU-voorzitterschap (2de helft 2010) zal de Minaraad de jaarlijkse EEAC-conferentie organiseren in Brugge. Tijdens de laatste plenaire sessie (29 januari 2009) werd de voorzitter van de Minaraad, Hubert David, aangeduid als nieuwe voorzitter van het EEAC-netwerk voor 2009. Hij volgt de Nederlandse vertegenwoordiger van de RMNO Prof. dr. Frans Evers op. Een nieuwkomer is Hubert David zeker niet, tussen 1999-2000 was hij reeds voorzitter van het EEAC. Als organisator van de conferentie in 2010 krijgt de Minaraad ook een zetel in het Steering Committee van EEAC toegewezen. Walter Roggeman zal de Minaraad daar vertegenwoordigen.
