10 mrt Elektronische nieuwsbrief 2008|3
Vastgestelde adviezen
Verdrag veiligheid en gezondheid in landbouw
Vlaanderen zal via een decreet zijn instemming met het internationale Verdrag over de veiligheid en gezondheid in de landbouw formeel bevestigen. Het verdrag verwacht van de ondertekenende staten onder meer dat ze een systeem voorzien om landbouwers beter te informeren over het gebruik van chemische producten in de landbouw en hun gezondheid beter te beschermen bij het gebruik ervan. De Minaraad stelt vast dat Vlaanderen op dit vlak moet voldoen aan de Europese richtlijnen. Niettemin vraagt hij blijvende waakzaamheid en controles op de gebruikte producten, aangezien er nog steeds producten in de handel circuleren die niet (meer) conform zijn aan de regelgeving en een ernstige bedreiging vormen voor de gebruiker en het leefmilieu.
De lidstaten moeten eveneens een gepast systeem voorzien voor de inzameling, recyclage en verwijdering van deze chemische producten. Vooral de ophaling van verlopen of vervallen producten verdienen blijvende aandacht. De Minaraad hoopt dat de geleverde inspanningen voortgezet en continu verbeterd worden. Desalniettemin benadrukt de Raad het gebruik van alternatieve methoden in de landbouwsector.
Het briefadvies werd unaniem goedgekeurd op 28 februari 2008.
Aanpassing ‘100-kWh-gratis-elektriciteit’-regeling
Jaarlijks wordt bij elk gezin een vast bedrag in mindering gebracht op de elektriciteitsfactuur. Door het vrijmaken van de elektriciteitsmarkt moet de Vlaamse Regering een wijziging doorvoeren in de definitie van de eenheidsprijs die gebruikt wordt om de waarde van gratis elektriciteit te berekenen. De nieuwe referentieprijs ligt echter lager dan vroeger. De Minaraad kan zich daar niet mee akkoord verklaren, aangezien dit het sociale en ecologische doel van de maatregel aantast. De Minaraad pleit voor de combinatie van 100 kWh gratis elektriciteit (per gezin en per persoon) én voor een hogere prijs voor de resterende elektriciteit die verbruikt wordt. De Raad is ervan overtuigd dat dit een belangrijke stimulans is voor meer rationeel energiegebruik. Daarenboven vindt de Raad dat energiearmoede moet aangepakt worden door het nemen van concrete maatregelen. Administratieve problemen met de gratis stroomregeling mogen niet gebruikt worden als excuus om de regeling af te schaffen.
Het briefadvies werd vastgesteld op 28 februari 2008. De SERV-partners onthielden zich.
MBO's geneesmiddelen en afgewerkte olie
De Minaraad behandelt het ontwerp van milieubeleidsovereenkomst (MBO) afgewerkte olie en het ontwerp van MBO oude en vervallen geneesmiddelen in één advies. De Minaraad herhaalt zijn algemeen ongenoegen over het late tijdstip in het beleidsproces waarop de Vlaamse overheid inspraak vraagt over MBO's. De Raad beoordeelt de ontwerp-MBO voor afgewerkte olie positief maar suggereert aanvullingen op het voorgestelde systeem wanneer de afgewerkte olie een positieve marktprijs heeft. Bovendien ziet de Minaraad nog mogelijke verbeteringen voor de sensibilisatie en de vergoedingen van de ophalers. De ontwerp-MBO voor de selectieve inzameling van oude en vervallen geneesmiddelen wordt ook positief beoordeeld, maar de Raad suggereert de MBO aan te vullen met bijkomende bepalingen over monitoring, preventie, sensibilisatie en informatieverstrekking.
Het advies werd unaniem vastgesteld op 28 februari 2008.
Toegankelijkheidsbesluit bossen en natuurreservaten
De Vlaamse Regering wenst enkele knelpunten over de toegankelijkheid van bossen en natuurreservaten op te lossen via een nieuw ontwerpbesluit. De Minaraad ondersteunt de doelstellingen van de Vlaamse Regering voor een grotere toegankelijkheid van natuur- en bosgebieden. Om aan de vraag naar toegankelijke natuur te voldoen, zal de Vlaamse overheid echter ook moeten zorgen voor meer bossen, natuur- en groengebieden. Deze doelstellingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zijn niet gehaald.
Recreatie in bossen en natuurgebieden is mogelijk, maar kan niet overal en altijd. De afstemming van de recreatieve functies op de ecologische draagkracht van deze gebieden is essentieel. De Raad pleit hierbij voor het uitwerken van duidelijke richtlijnen of criteria. Hij vraagt ook om deze criteria op te maken en gelijktijdig als toetsingskader bij het besluit te voegen. Tevens dient een code voor goede natuurpraktijk voor recreatief medegebruik en toegankelijkheid van bossen en natuurgebieden opgemaakt te worden.
Het toetsingskader kan voor bepaalde gebieden de toegang voor specifieke gebruikers en de ontwikkeling van toegankelijke zones regelen en verbieden. De Minaraad vindt het positief dat het besluit streeft naar een eenvormige bebording van bos- en natuurgebieden. Hij betreurt wel dat het besluit de mogelijkheid niet heeft benut om de borden te moderniseren en vraagt aandacht voor de kostprijs van de bebording voor de eigenaars. De Raad pleit daarbij voor een maximale subsidie van de bebording.
Handhaving en begeleiding zijn cruciale randvoorwaarden tot goede resultaten op het terrein. De Vlaamse overheid dient hier de nodige aandacht aan te besteden en voldoende mankracht en middelen te voorzien. Ten slotte vraagt de Raad verdere verduidelijking over onder meer het verlenen van machtigingen en over de rol van de toegankelijkheidsregeling.
In de adviesvraag vroeg de bevoegde Vlaamse minister om te streven naar een gecoördineerd advies dat de standpunten vanuit de vier sectorraden tracht te integreren. Met het oog hierop heeft de Minaraad een breed consultatieproces georganiseerd met de Vlaamse Hoge Bosraad, de Vlaamse Hoge Raad voor Natuurbehoud, de Vlaamse Hoge Jachtraad en Vlaamse Hoge Raad voor Riviervisserij. Het advies werd unaniem goedgekeurd op 28 februari 2008.
Aanpassing begroting 2008
Het programmadecreet bij de eerste aanpassing van de begroting 2008 bevat drie inhoudelijke hoofdstukken: een pact met de lokale overheden (Lokaal Pact), fiscaliteit en sportieve vrijetijdsbesteding. De Minaraad gaat enkel in op het fiscale hoofdstuk.
De Vlaamse Regering wil een volledige vrijstelling doorvoeren van de onroerende voorheffing voor het kadastraal inkomen van nieuw materieel en outillage vanaf 2008. De Raad beschikt over onvoldoende informatie (zoals bv. de reguleringsimpact analyse en het advies van de Inspectie van Financiën) om een uitspraak ten gronde te doen over het voorstel. Om van deze belastingvrijstelling gebruik te kunnen maken, moeten bedrijven een energiebeleidsovereenkomst ondertekenen en naleven. Voor grote bedrijven gaat het bv. om de benchmarkconvenant die ze moeten ondertekenen. De Minaraad apprecieert het dat de vrijstelling gekoppeld wordt aan een engagement van de bedrijven zelf, maar heeft ernstige bedenkingen bij de accurate en transparante opvolging van de engagementen die de bedrijven aangingen binnen de benchmarkconvenant.
De regering wenst ook de onroerende voorheffing te verminderen voor energiezuinige woningen. De Minaraad meent dat deze maatregel mogelijk een positieve bijdrage kan leveren voor het rationeel energiegebruik in Vlaanderen. Maar ook hier beschikt de Raad over onvoldoende informatie om een uitspraak ten gronde te doen. Niettemin vraagt de Raad meer duidelijkheid over het gewicht van de belastingvermindering. Om effectief te zijn, moet het gaan om een reële compensatie van de extra kosten die de eigenaars van energiezuinige huizen doen. Bovendien heeft hij bedenkingen bij de gehanteerde drempels. De Raad is voorstander van een belastingverlaging die evenredig is aan de mate waarin de energieprestatie van de woning hoger ligt dan het economisch optimum.
Het briefadvies werd goedgekeurd op 28 februari 2008. De SERV-partners onthielden zich.
Aanpassing Vlarem
De Vlaamse Regering beoogt de Vlaamse milieuregelgeving inhoudelijk te actualiseren via een ontwerpbesluit. SERV en Minaraad zijn tevreden met een reeks langverwachte aanpassingen en vereenvoudigingen aan Vlarem die zijn ingegeven door het streven naar verdere administratieve vereenvoudiging, maatschappelijke en technologische evoluties (o.a. BBT), nieuwe kennis en informatie, Europese en internationale regelgeving, nieuwe of intussen gewijzigde Vlaamse regelgeving, herschikkingen van taken en bevoegdheden van diensten ingevolge BBB en rechtzetting van fouten en tekortkomingen in eerdere aanpassingen van Vlarem. Niettemin zijn er een aantal aspecten waarover de raden minder tevreden zijn. Daarom formuleren zij in hun advies opmerkingen en voorstellen om het wijzigingsbesluit verder te verbeteren in het licht van de vooropgestelde doelstellingen van het besluit.
Het gezamenlijke advies werd goedgekeurd op 6 maart 2008 door zowel SERV als Minaraad.
Adviezen in wording
Voorlopige erkenning RL Ijzer & Polder
Uitbreiding RL Houtland
Mededelingen
Studie leefmilieubegroting 2008
De Minaraad kijkt elk jaar uit naar de budgettaire onderbouwing van het Vlaamse leefmilieubeleid. In opdracht van de Raad schreef Bert De Wel, adjunct van de directeur van het secretariaat van de Minaraad, een studie over de leefmilieubegroting 2008. Daarin licht hij toe hoe het Vlaamse milieubeleid opgenomen is in de Vlaamse begroting. Hij kijkt hierbij naar de inkomsten van het milieubeleid (bv. heffingen) en naar de uitgaven binnen de verschillende domeinen van het milieubeleid. De studie is gebaseerd op de begrotingsdocumenten zoals die werden ingediend in het Vlaams Parlement. De Minaraad heeft enkel kennisgenomen van de aangebrachte elementen; de studie bindt de leden van de Minaraad niet.
Hoorzitting milieuvriendelijke wagens
Europese ontwikkelingen
Resultaten Eurobarometer
Via een enquête polste de Europese Commissie naar de appreciatie van de Europeanen over het gevoerde Europese regionale beleid, dat nota bene meer dan een derde van de Europese begroting kost. Uit de enquête blijkt dat de overgrote meerderheid van de Europeanen overtuigd is dat dit beleid voordelen biedt voor hun gemeente of regio. Volgens de ondervraagden moet het meest geïnvesteerd worden in onderwijs, gezondheidszorg, sociale voorzieningen, milieubescherming en risicopreventie. Direct daarna volgen beroepsopleiding en steun voor kleine ondernemingen. Zij zijn voorstander van een steeds ambitieuzer Europees optreden, dat in staat is in te spelen op de nieuwe uitdagingen van de 21e eeuw. Zo verwachten ze dat het regionaal beleid zich focust op de problemen die de klimaatverandering, de mondialisering en de demografische veranderingen met zich meebrengen. Maar liefst 85% beschouwt de klimaatverandering als prioritair (eerste of tweede vraag), 54% de mondialisering en 52% de demografische ontwikkelingen. Verder bevestigt de enquête dat de Europeanen vertrouwen stellen in de maatregelen van het cohesiebeleid. Zij vinden niet alleen dat de rijkere regio's van Europa de armste regio's moeten blijven steunen zodat deze hun achterstand kunnen inlopen, maar ook dat alle Europese regio's ondersteund moeten blijven.
Het volledige verslag van de enquête.
