10 okt Elektronische nieuwsbrief 2007|7
Vastgestelde adviezen
Algemeen oppervlaktedelfstoffenplan
Het voorontwerp van algemeen oppervlaktedelfstoffenplan (AOD) is een eerste stap om meer planmatig om te gaan met ontginningen van klei, leem, zandsoorten enz. SERV en Minaraad vinden het AOD in essentie een economisch plan. De behoefteraming is immers gebaseerd op de ontgonnen hoeveelheden en op de huidige verwerkingscapaciteit bij de sector. In het plan wordt de duurzaamheid van het huidige ontginningstempo niet ter discussie gesteld. De ramingen zijn zelfs vrij ruim, omdat het plan uitgaat van een verdere groei in de bouwsector. De mogelijke efficiëntiewinst door innovaties of door beleidsopties voor zuinig en doelmatig gebruik worden echter niet verrekend. Volgens Minaraad en SERV moet het AOD stimuli voor ecodesign en dematerialisering aanreiken, zodat minder grondstoffen gebruikt worden om een gelijkwaardig product te produceren.
De hoeveelheid delfstoffen is eindig. Het ontginnen moet dus op elk planningsniveau afgewogen worden ten opzichte van de sociale en ecologische aspecten. Om de milieueffecten van het AOD te onderzoeken, wordt het integratiespoor voor de milieueffectrapportering (MER) gevolgd. Het MER wordt dus in het oppervlaktedelfstoffenplan zelf geïntegreerd. Dit integratiespoor is echter nog maar beperkt ingevuld. Ook de impact van het plan op de werkgelegenheid is zeer vaag.
De acties in het actieplan ‘alternatieve materialen’ zijn voornamelijk gericht op onderzoek en informatie. SERV en Minaraad pleiten ervoor om concrete acties en maatregelen op te nemen in het actieplan. Deze moeten het gebruik van alternatieven effectief stimuleren en aansturen op een zuiniger en voorzichtiger gebruik van primaire delfstoffen. De Raden vragen hier zo snel mogelijk werk van te maken en deze acties en maatregelen ook in de praktijk te brengen.
De Raden vragen ten slotte uitdrukkelijk dat het AOD enkel ingaat op oppervlaktedelfstoffen, zoals gedefinieerd in het Oppervlaktedelfstoffendecreet. Grind wordt via het Grinddecreet geregeld en valt dus niet onder het Oppervlaktedelfstoffendecreet.
Het gezamenlijke advies werd unaniem goedgekeurd tijdens de Minaraadzitting van 27 september 2007. Het SERV-DB bekrachtigde het advies op 3 oktober 2007.
Uitbreiding Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen
Het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen (RLVA) wil zijn werkgebied uitbreiden met de gemeenten Sint-Lievens-Houtem, Zwalm en Geraardsbergen. In eerdere adviezen heeft de Minaraad al gewezen op het gebrek aan sturing vanuit de Vlaamse overheid bij de afbakening van de werkingsgebieden van de regionale landschappen. De recente ad-hocbeslissingen over de uitbreidingsvragen van enkele bestaande regionale landschappen maken het toetsingskader bovendien nog onduidelijker. Door dit gebrek aan een duidelijk beleidskader en een juridisch kader voor het werkingsgebied van regionale landschappen wenst de Minaraad zich dan ook te onthouden bij de uitbreidingsvraag van het RLVA.
Het briefadvies werd unaniem goedgekeurd tijdens de raadzitting van 27 september 2007.
Subsidiëring & medefinanciering havens
Het Havendecreet voorziet dat de Vlaamse Regering subsidies kan toekennen aan de havenbedrijven voor investeringen in de haveninterne basisinfrastructuur en de uitrustingsinfrastructuur. De regering wenst nu het besluit dat de procedureregels van deze financiële tegemoetkomingen regelt, aan te passen.
De eerste voorwaarde voor het toekennen van subsidies of medefinanciering wordt de significante meerwaarde van de realisaties voor het Vlaams havenbeleid. De Minaraad ondersteunt dit, maar vraagt ook een toetsing aan de visie van de strategische havenplannen. De Raad stelt ook voor om alle elementen uit het verslag van het Rekenhof omtrent het Deurganckdok in overweging te nemen voor het besluit. De Raad pleit vervolgens voor garanties voor de uitvoering van sociaaleconomische naast ecologisch mitigerende maatregelen. Cruciaal daarbij is de garantie dat de middelen ter beschikking zijn. Ten slotte dringt de Minaraad erop aan om subsidiëring of medefinanciering slechts mogelijk te maken indien de vereiste vergunningen voor het hele project gegarandeerd kunnen worden.
Het briefadvies werd goedgekeurd tijdens de raadzitting van 27 september 2007. ABVV, ACLVB, ACV, UNIZO en VOKA onthielden zich.
Adviezen in wording
Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen
Het openbaar onderzoek over het ontwerp van Uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen loopt van 11 september tot 10 november 2007. De Minaraad ontving hierover een adviesvraag van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur op 11 september 2007. Het ontwerpplan is een vervolg op het Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 2003-2007. De term huishoudelijke afvalstoffen omvat onder meer het huis- en grofvuil van burgers, het straat- en veegvuil, zwerfvuil, afval uit straatvuilbakjes.
Minaraad en SERV bereiden gezamenlijk een advies voor over dit ontwerpplan. Het gezamenlijke advies wordt geagendeerd op de raadzitting van 25 oktober 2007.
Herziening EU-emissiehandel
Eind 2007 wil de Europese Commissie de CO2-emissiehandel herzien. Om de Vlaamse standpuntbepaling daarbij te ondersteunen overweegt de Minaraad een advies op eigen initiatief uit te werken over deze herziening. Ter voorbereiding organiseerde de Raad op 17 september 2007 een besloten workshop met gastsprekers uit de Vlaamse administratie en experts van daarbuiten. De presentaties van de gastsprekers kunnen gedownload worden op de website van de Minaraad.
Programmadecreet 2008
Vlaams Milieubeleidsplan 3
De Minaraad ontving op 9 oktober 2007 een adviesvraag over het ontwerp van actualisatie van het Vlaams Milieubeleidsplan (MINA-plan 3). De adviesvraag wordt gesteld door Hilde Crevits, Vlaams minister voor Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur.
Om de cyclus van de milieubeleidsplanning beter af te stemmen op de Vlaamse regeercyclus werd vorig jaar het decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM) gewijzigd. Zo kan de voorbereiding voor het MINA-plan 4 gelijk lopen met de voorbereidingen voor een nieuwe regeerperiode (najaar 2009). Op dat ogenblik zal ook gezocht worden naar een optimale afstemming met alle andere strategische beleidsplannen met een relevantie voor milieu en natuur. Met het huidige MINA-plan 3 (2003 tot en met 2007), moet de periode 2008-2010 worden overbrugd. De doelstellingen en maatregelen van het oorspronkelijke plan moeten echer geactualiseerd worden conform het DABM en in functie van internationale ontwikkelingen en bevindingen uit recente milieu- en natuurrapporten. Belangrijke wijzigingen worden onder meer aangebracht in de hoofdstukken die betrekking hebben op klimaat, waterbeleid en biodiversiteit.
Vanaf 8 oktober tot 8 november 2007 loopt er ook een openbaar onderzoek over het ontwerp van milieubeleidsplan. De teksten zijn online te vinden op de website www.milieubeleidsplan.be. Minaraad en SERV streven intussen naar een gezamenlijk advies, dat zal bekrachtigd worden door de Minaraad op de extra raadzitting van 8 november 2007.
Mededelingen
Hoorzitting reorganisatie watersector
De Minaraad organiseerde op 2 oktober 2007 een hoorzitting over de reorganisatie van de watersector. Doel was het in kaart brengen van de reeds geleverde Vlaamse inspanningen om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Op basis van de toelichtingen en de aansluitende debatten zal de Minaraad aanbevelingen formuleren aan de Vlaamse Regering opdat Vlaanderen de Europese verplichtingen uit de Richtlijn Stedelijk Afvalwater en de Kaderrichtlijn Water kan halen. De elektronisch beschikbare presentaties vindt u terug op de website.
Europese ontwikkelingen
Jaarlijkse EEAC-conferentie
De 15de jaarlijkse bijeenkomst van de Europese koepel van nationale en regionale milieuraden - EEAC - vindt dit jaar plaats in het Portugese Evora tussen 10 en 13 oktober. De EEAC zal er een statement over energie-efficiëntie voorstellen aan de Europese Commissie. In het statement wordt toelichting gegeven bij de verschillende Europese beleidsinitiatieven om Europa meer energie-efficiënt te maken. Aandachtspunten zijn de Europese emissiehandel, energiebesparingen in gebouwen, maatregelen voor energiezuinige voertuigen, enz.
Gelet op het belang van de materie liet de Minaraad het statement vertalen naar het Nederlands en legde het op 28 juni 2007 als een advies op eigen initiatief voor aan de Minaraad. Via dit advies op eigen initiatief onderschreef de Raad het statement van de EEAC. De SERV-partners onthielden zich echter.
Meer achtergrondinformatie over de conferentie en het programma vindt u op de EEAC-website. Ook een delegatie van de Minaraad zal aanwezig zijn en deelnemen aan de workshops.
