04 jun Elektronische nieuwsbrief 2007|4
Vastgestelde adviezen
Co-existentiedecreet GGG's
Vlaanderen kent nog geen teelt van GGG’s. Nochtans laat de Europese Unie de teelt van enkele GGG’s al toe en staat de deur open voor nog meer Europese erkenningen. SERV en Minaraad zijn dan ook blij dat de Vlaamse Regering werk heeft gemaakt van een decreet dat de co-existentie of het ‘samengaan’ van GGG’s met de overige landbouwgewassen regelt. Dit vermijdt immers eventuele problemen van vermenging aangezien landbouwers niets in de weg staat om GGG’s te telen, eens de gewassen Europees erkend worden.
Toch hebben de Raden meerdere bedenkingen bij de voorgestelde regeling. Vooreerst moet de Vlaamse Regering zo snel mogelijk uitvoeringsbesluiten opstellen die het decreet concreet invullen. Deze worden best gelijktijdig met het decreet van kracht.
Ook de werkbaarheid van het fonds is onzeker. Zo is het niet duidelijk hoe hoog de bijdragen voor de GGG-landbouwers zullen zijn. Het blijft dus koffiedik kijken om te achterhalen of het fonds aan alle vragen tot vergoeding tegemoet zal kunnen komen. De Raden dringen er dan ook op aan om een mechanisme in te stellen zodat iedereen die recht heeft op een schadevergoeding deze ook kan krijgen.
De Vlaamse regeling kadert binnen de Europese richtsnoeren voor co-existentie. SERV en Minaraad stellen vast dat deze richtsnoeren een beperkt toepassingsgebied hebben, namelijk: het voorkomen van economische schade door vermenging onder landbouwers en een economische schaderegeling tussen landbouwers bij eventuele vermenging. Andere elementen inzake het samengaan van GG-landbouw met overige vormen van landgebruik worden hierdoor niet gevat. Milieuschade wordt afzonderlijk behandeld. De Raden zijn er echter van overtuigd dat er nog hiaten bestaan tussen de bestaande en de in ontwerp zijnde Vlaamse en federale regelgeving enerzijds en het (voorontwerp) co-existentiedecreet anderzijds. Ze vragen dan ook voor een goede afstemming te zorgen tussen de Vlaamse en federale initiatieven of wetgeving ter zake.
De Minaraad keurde het gezamenlijke advies met de SERV unaniem goed op 24 mei 2007.
Strategische toekomstplannen
Beleidsplannen vormen een centraal werkingsinstrument van alle overheid. De tijdshorizon van deze plannen is dikwijls gekoppeld aan de looptijd van de legislatuur. Maar er worden ook plannen gemaakt die verder kijken in de toekomst. Degelijke strategische toekomstplannen moeten een antwoord proberen geven op de grote uitdagingen van de komende decennia. Over deze toekomstplannen liet de Minaraad een studie uitvoeren door Bert De Wel, adjunct van de directeur bij de Minaraad. De studie werd als vertrekpunt gebruikt voor een advies op eigen initiatief over de strategische toekomstplanning van de Vlaamse Regering.
De Minaraad stelt vast dat een visie op langetermijn noodzakelijk is, maar slechts een meerwaarde biedt wanneer aan een aantal voorwaarden voldaan wordt. Daarom vraagt de Raad meer aandacht voor het goed onderbouwen en expliciteren van de beleidskeuzes met een langetermijnimpact. De strategische toekomstplannen mogen bovendien geen vrijblijvend karakter hebben. Het zoeken naar een brede maatschappelijke consensus met alle betrokkenen is een mogelijke manier om vooruitgang te boeken, maar niet alle burgers en belangengroepen kunnen en moeten betrokken worden bij alle toekomstprojecten. Daarom is het belangrijk om een goed evenwicht te vinden tussen communicatie en participatie. De Raad pleit er ook voor om de overlegpartners objectief te selecteren en de keuze transparant kenbaar te maken.
Ten slotte benadrukt de Minaraad dat het formaliseren van het planningsproces geen aanleiding mag geven tot een zwaar administratief proces. Het is mogelijk om dit op een flexibele manier in te vullen.
De Minaraad nam kennis van de studie over de strategische toekomstplannen van de Vlaamse Regering en keurde het bijhorende briefadvies goed op 24 mei 2007. De SERV-partners onthielden zich.
Adviezen in wording
Decretale aanpassingen door bestuurlijk beleid
De Minaraad ontving op 15 mei 2007 een adviesvraag van de Vlaamse minister voor Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur over een voorontwerp van decreet dat de bestaande milieu- en natuurbehoudregelgeving moet aanpassen aan de administratieve hervorming 'Beter Bestuurlijk Beleid'. Tegelijk vereenvoudigt en harmoniseert het voorontwerp de bestaande regelgeving op een aantal vlakken. De Minaraad voorziet een advies tegen de zitting van 28 juni 2007.
Het voorontwerp van decreet en de memorie van toelichting.
Elektronische milieuvergunningsaanvraag
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur vroeg de Minaraad op 15 mei 2007 om advies over een wijzigingsbesluit dat de mogelijkheid voorziet om een milieuvergunningsaanvraag op elektronische drager in te dienen. Concreet komt dit neer op de beperking van de milieuvergunningsaanvraag tot 1 schriftelijk in te dienen exemplaar en 1 bijkomend digitaal exemplaar op een elektronische drager. Deze mogelijkheid zal echter enkel van toepassing zijn wanneer de bevoegde vergunningsverlenende overheid zowel op personeel vlak als qua IT-infrastructuur in staat is om op deze wijze te werken. Zolang dit niet het geval is, zal de bestaande procedure blijven gelden. Samen met de SERV voorziet de Minaraad een briefadvies tegen de zitting van 28 juni 2007.
Het ontwerp van besluit en de nota aan de Vlaamse Regering.
Evaluatie regionale landschappen
Energie-efficiëntie
Dit najaar is energie-efficiëntie het centrale thema van de EEAC-conferentie. Op deze jaarlijkse bijeenkomst zal de EEAC een statement over energie-efficiëntie voorstellen en overmaken aan de Europese Commissie. Dit document werd opgesteld door de EEAC-Werkgroep Energie. In het statement wordt toelichting gegeven bij de verschillende Europese beleidsinitiatieven om Europa meer energie-efficiënt te maken. Aandachtspunten zijn de Europese emissiehandel, energiebesparingen in gebouwen, maatregelen voor energiezuinige voertuigen, enz. Nu is het de bedoeling dit statement om te zetten in een ontwerpadvies op eigen initiatief dat aan de Raad wordt voorgelegd op 28 juni 2007.
Mededelingen
Hoorzitting Europese milieuprioriteiten
Op dinsdag 3 juli 2007 organiseert de Minaraad een hoorzitting over de milieuprioriteiten van het Portugese EU-voorzitterschap. Jan Verheeke (Kabinet Peeters), Marjan Decroos (Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU) en Rik De Baere (Afdeling Internationaal Milieubeleid) zullen naast het overlopen van de prioriteiten van het Portugese voorzitterschap ook verslag uitbrengen over de recentste Europese Raad van milieuministers (28 juni 2007). Bovendien zullen ze het Duitse voorzitterschap dat momenteel nog loopt tot 30 juni 2007, beknopt evalueren.
Europese ontwikkelingen
Hernieuwbare energie voor verwarming
Volgens cijfermateriaal van Greenpeace wordt ongeveer de helft van de in Europa opgewekte energie gebruikt voor de verwarming en afkoeling van woningen, gebouwen en industriële processen. Het Europese forum voor hernieuwbare energiebronnen (Eurofores) schat het aandeel eerder op 40%. Dergelijke cijfers plaatsen verwarming op dezelfde hoogte als transport en elektriciteitsproductie binnen de energiemarkt.
In 2006 beloofde de Europese Commissie bindende doelstellingen voor te stellen om hernieuwbare energie te koppelen aan verwarmings- en koelsystemen. Deze doelstellingen blijven echter uit. Hierdoor is het nu aan de lidstaten zelf om doelstellingen te formuleren in de nationale actieplannen ter reductie van de broeikasgassen.
De regelgeving voor verwarmings- en koelsystemen zou uiteindelijk moeten vervat worden in de toekomstige Kaderrichtlijn over hernieuwbare energie. De Commissie voorziet dit eind 2007. In plaats van nu al specifieke doelstellingen te lanceren, neemt de EC echter vrede met het geven van indicaties. De Europese lidstaten moeten de details er zelf maar bij bedenken voor hun natinoale actieplannen. Deze moeten ze indienen in de loop van juni 2007. Meer info.
