Spring door naar de eigenlijke inhoud

Sitemap Contact Bibliotheek





U bent hier: Home Nieuwsbrieven 2007 Elektronische nieuwsbrief 2007|2
Document acties

28 mrt Elektronische nieuwsbrief 2007|2

Vastgestelde adviezen

Milieuschade

De adviesvraag betreft een voorontwerp van decreet dat de Europese Richtlijn Milieuschade moet omzetten in Vlaamse regelgeving. De Minaraad betreurt dat de regering in het kader van dit dossier niet of amper uitlegt waarom hij op enkele essentiële punten geen gebruik maakt van de door Europa geboden beleidsvrijheid.

Zowel de richtlijn als het voorontwerp dekken drie vormen van schade: schade aan biodiversiteit, water en bodem. Met betrekking tot biodiversiteitsschade dringt de Raad er bij de regering op aan om te onderzoeken of bijkomende aanduiding van habitats en soorten nuttig is. Om eenduidig te kunnen bepalen wat waterschade is, moet de regering zo snel mogelijk milieukwaliteitsnormen opstellen.

Het voorontwerp voert twee vormen van aansprakelijkheid in. De belangrijkste daarvan is een objectieve aansprakelijkheid die van toepassing is op een limitatieve lijst van activiteiten. De limitatieve lijst van de Europese richtlijn wordt aangevuld met bijkomende bepalingen. Die bepalingen stichten verwarring over de omvang van het toepassingsgebied.

Exploitanten zijn verplicht om alle kosten te dragen van preventie, inperking en herstel, terwijl organisaties en particulieren de bevoegde instantie kunnen verzoeken om passende maatregelen te treffen. Beroep hiertegen is telkens mogelijk via de minister. De Minaraad vraagt zich daarbij af of de minister daartoe de geschikte instantie is.

De Europese richtlijn laat aan de lidstaten de keuze om al dan niet sommige verweermiddelen in te voeren die de exploitant kan aanvoeren om te vermijden dat hij ke kosten van van preventie, inperking en herstel moet dragen. Eén van die verweermiddelen is 'de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis (state of art defence)'. De Minaraad meent dat de invoering van deze verweermogelijkheid belangrijke implicaties kan hebben voor de vraag wie het risico draagt van technologische innovatie, de initiatiefnemer enerzijds of de maatschappij en ‘het leefmilieu’ anderzijds. Bovendien is 'de stand van de wetenschappelijke en technologische kennis’ geen eenduidig en objectief criterium, wat kan leiden tot rechtsonzekerheid.

De Minaraad meent dat de overheid een verplicht systeem van financiële zekerheden moet opzetten. Zo kan de schade toch hersteld worden, ook al is de exploitant insolvabel.

De Raad wijst eveneens op inconsistenties met het Bodemsaneringsdecreet. Hij vraagt ten slotte om tweejaarlijks een kwalitatief hoogstaand evaluatierapport op te maken dat actief openbaar moet zijn.

De Minaraad keurde het advies goed op 15 februari 2007. VOKA, Unizo en Boerenbond onthielden zich.


Flexibiliteitsmechanismen

Om gebruik te kunnen maken van de flexibiliteitsmechanismen uit het Kyotoprotocol, moeten de verschillende gewesten en de federale staat een samenwerkingsakkoord afsluiten. Over het verwerven van emissierechten via de flexibiliteitsmechanismen als alternatief voor binnenlandse emissiereducties heeft de Minaraad zich in het verleden al meermaals uitgesproken. Bij de bespreking van het ontwerp van samenwerkingsakkoord, herhaalde de Raad daarom zijn standpunt dat het Vlaamse klimaatbeleid het algemene principe moet nastreven dat alle reductiemaatregelen die beschikbaar zijn in Vlaanderen, en die goedkoper zijn dan het gebruik van flexibiliteitsmechanismen, gerealiseerd worden. Dit principe wordt echter niet vermeld in het ontwerp.

Wanneer dan toch voor flexibele mechanismen gekozen wordt, ondersteunt de Raad het opzet van het ontwerpakkoord om de ontwikkelingslanden te helpen bij het uitwerken van evaluatie- en goedkeuringsprocedures voor projectactiviteiten zodat deze bijdragen tot hun duurzame ontwikkeling. De Minaraad kijkt dan ook met grote belangstelling uit naar de concrete initiatieven om dit te realiseren. In het bijzonder vraagt de Raad dat, in het kader van het gewestelijke (en federale) ontwikkelingsamenwerkingsbeleid, veel meer aandacht zou gaan naar de gevolgen van klimaatverandering op het Zuiden. Dit moet zich vertalen in concrete acties om onze partnerlanden te helpen zich te verdedigen tegen de gevolgen van de klimaatverandering.

Daarnaast stelt de Raad voor dat de Vlaamse overheid actief informatie zou verspreiden over goedgekeurde flexmex-projecten, onder meer via een website. Ten slotte wijst de Raad er ook op dat er nog belangrijke onzekerheden zijn bij flexmex-projecten voor bebossing of herbebossing (‘sinks’). Met name wat betreft de monitoring en de kwantificering en de permanentie van de koolstofopslag. Daarom betreurt de Minaraad ten zeerste dat het samenwerkingsakkoord toch ongenuanceerd de deur openlaat voor sinks.

Het briefadvies werd goedgekeurd op 15 februari 2007. De SERV-partners onthielden zich.


Educatie voor Duurzame Ontwikkeling in leerplichtonderwijs

Minaraad en Vlor adviseren voor het eerst tesamen. Het advies is op eigen initiatief opgesteld naar aanleiding van het VN-decennium voor educatie voor duurzame ontwikkeling (2005-2014) en de doorwerking hiervan op Vlaams niveau. De raden onderschrijven samen de grote lijnen van de UNECE-strategie, die het VN-decennium verder uitwerkt. De Raden komen tot het besluit dat EDO geen nieuw vak hoeft te zijn in het leerplichtonderwijs. Maar EDO kan wel vanuit meerdere vakken zoals gezondheidszorg, natuur- en milieueducatie, burgerzin enz. aangeraakt worden. Het leggen van inhoudelijke dwarsverbanden is hierbij essentieel.

Scholen staan echter niet alleen voor de taak om EDO in het leerplichtonderwijs te brengen. Andere partners zoals onder meer NGO’s en overheidsinstellingen bieden bijvoorbeeld educatieve pakketten of cursussen aan. De samenwerking tussen onderwijs en andere partners heeft een belangrijke meerwaarde, aangezien de expertise gebundeld wordt. De knowhow van scholen is wel nodig om het aanbod aan cursussen enz. af te stemmen op de eigenheid van het leerplichtonderwijs en deze te kunnen implementeren in scholen. De coördinatie van het aanbod aan en de informatiedoorstroming naar de scholen vormen aandachtspunten. Minaraad en Vlor vragen hun bevoegde ministers om te communiceren over het bestaan van de UNECE-strategie en het engagement van de Vlaamse overheid hierin. Ze hopen dat een breed en permanent debat op gang komt over de implementatie van EDO.

Het gezamenlijke advies met de Vlor werd unaniem goedgekeurd op 22 maart 2007.


Afstemming NME in de EDO-beleidsontwikkelingen

De Minaraad onderzocht enkele knelpunten en potenties op organisatorisch en beleidsmatig vlak voor de implementatie van het VN-decennium voor educatie voor duurzame ontwikkeling en de bijhorende UNECE-strategie. Aangezien interdepartementale samenwerking en partnerschappen essentieel zijn om van educatie voor duurzame ontwikkeling een succes te maken, moeten deze samenwerkingsverbanden een stevige verankering krijgen.

De Raad vraagt de overheid onderzoek te doen naar doelgroepprofielen, zodat EDO op een aangepaste wijze gebracht kan worden en zodat het EDO-beleid hierdoor gesteund wordt en aanknopingspunten krijgt. Initiatieven die inzetten op kennisontwikkeling, -verbreding en verdieping moeten ondersteund worden.
De Minaraad wil ook in de toekomst aandacht blijven besteden aan NME. Vanuit zijn kennis van NME en vanuit zijn bevoegdheid voor leefmilieu wil de Raad ook blijven adviseren rond EDO-gerichte NME. Ten minste de Vlaamse Onderwijsraad moet ook betrokken worden op het vlak van strategische advisering rond EDO, naar analogie met de twee trekkers voor de implementatie van EDO in het kader van het VN-decennium voor EDO.

De Minaraad wijst er verder op dat de overheid voldoende budget, middelen en mensen moet voorzien om de EDO-werking te ondersteunen op vlak van coördinatie, onderzoek en communicatie. De UNECE-strategie stelt immers expliciet dat het verzekeren van voldoende financiële middelen om de strategie te implementeren de allereerste voorwaarde is voor welslagen.

Een scherpere afbakening van de taakverdeling tussen de bevoegde beleidsdomeinen is noodzakelijk om tot een goede budgettaire verdeling te komen. Daarnaast bieden geïntegreerde budgetten tussen overheidsdiensten mogelijkheden voor EDO. Eén algemeen fonds voor duurzame ontwikkeling lijkt niet haalbaar, maar bestaande projectfondsen kunnen wel aangesproken worden voor EDO-gerichte projecten en acties.

Het advies werd unaniem goedgekeurd op 22 maart 2007. In opdracht van de Minaraad stelde Anneleen De Smedt een studiedocument op waarin de beleidsontwikkelingen rond EDO worden samengevat. Dit studiedocument wil achtergrondinformatie verschaffen. De raadsleden van de Minaraad verbonden zich enkel tot kennisname van de inhoud ervan.


Maritiem groenboek

Met het Maritiem Groenboek wil de Europese Commissie het debat over het toekomstig Europees maritiem beleid op gang brengen. De eerder goedgekeurde Europese Thematische Mariene Strategie wordt de milieubasis voor het Groenboek. De Minaraad waarschuwt ervoor dat deze thematische strategie niet mag uitgehold worden en wijst erop dat het Groenboek ook rekening moet houden met andere Europese milieurichtlijnen en verdragen.

De Raad steunt de ecosysteemgerichte benadering van het Groenboek, daar ze leidt tot een geïntegreerde aanpak. Andere uitgangspunten zoals het behoud van biodiversiteit, het voorzorgsbeginsel, de participatie van belanghebbenden en de analyse van de socio-economische impact zijn eveneens essentieel voor het EU maritieme beleid. De Raad onderschrijft ook de verscheidenheid van ecosystemen en de gevolgen daarvan voor een regionale ecosysteemgerichte aanpak.

De mariene ruimtelijke planning wordt een belangrijk instrument. Het zou meer dan nuttig zijn indien de EU voor haar bevoegdheden strategische visies zou ontwikkelen en opleggen om een éénduidige aanpak door de verschillende lidstaten te garanderen. Naast de algemene principes voor het maritiem beleid moet de ruimtelijke planning ook de internationale engagementen honoreren. Overigens zullen de lidstaten op het vlak van het mariene ruimtelijke beleid moeten samenwerken.

Daarnaast is de toepassing van de ‘Clean ship'-benadering voor de totale levensduur van schepen belangrijk. Bijzondere nadruk wordt ook gelegd op de voortrekkersrol die de EU moet spelen binnen de internationale scheepvaart. Het havenbeleid moet open staan voor het geïntegreerde beheer van kustgebieden (ICZM) en relevant milieu- en natuurbeleid. Een geïntegreerde planning van de EU-transportmodi moet leiden tot een beleid dat energie-efficiënt is, spaarzaam voor natuurlijke hulpbronnen en dat milieuschade vermijdt.

Integratie met het milieubeleid is voor de visserijsector belangrijk. Acties tegen alle vormen van niet-duurzame visserij zijn noodzakelijk. Dit impliceert o.a. meer regulering voor industriële visserij en de aanmoediging van lokale visserij. Om een Europees draagvlak op te bouwen voor duurzame visserij, moet de EU rekening houden met de socio-economische gevolgen van duurzame visserij op korte en lange termijn en met de regels die werden opgesteld in het kader van het EU-Visserijbeleid.

Om de levenskwaliteit in kustgebieden in stand te houden en om deze gebieden minder kwetsbaar te maken voor risico’s kan de ontwikkeling van robuuste natuur een eerste stap zijn. Verder moet de EU de gevolgen van klimaatverandering inschatten en eventueel moeten ingrepen tot aanpassing gebeuren.

De Raad keurde het advies goed op 22 maart 2007. VOKA-VEV onthield zich.


Groenestroomcertificaten

De aanzienlijke toename van de inzet van biomassa bij de productie van elektriciteit heeft de Vlaamse overheid verplicht om een aantal wijzigingen aan te brengen aan het juridische kader m.b.t. de toekenning van groenestroomcertificaten. De meeste artikelen uit het voorontwerp van wijzigingsbesluit zullen zorgen voor een meer efficiënte werking van het systeem van groenestroomcertificaten dat opgezet werd om de productie van hernieuwbare energie te ondersteunen. De Raad staat hier volledig achter, maar vindt tegelijk dat de Vlaamse Regering proactief werk moet maken van duurzaamheidscriteria voor de inzet van biomassa. Verder verzet de Raad zich tegen de bijstook van biomassa in steenkoolcentales wegens de marktverstoring die dit veroorzaakt.

De Minaraad wijst ten slotte op de noodzaak van het optrekken van de groenestroomdoelstelling om te vermijden dat de prijs van de certificaten snel en diep zou zakken. De Minaraad herhaalt dan ook zijn vraag aan de Vlaamse Regering om dringend werk te maken van de vaststelling van een groenestroomdoelstelling voor het jaar 2018. Volgens het Vlaamse regeerakkoord moest deze doelstelling in 2006 vastgelegd worden.

Het briefadvies werd goedgekeurd op 22 maart 2007. De SERV-partners onthielden zich.


Adviezen in wording

Stroomgebiedbeheerplannen

Op 28 november 2006 ontving de Minaraad een adviesvraag over het voorbereidend document voor de opmaak van de stroomgebiedbeheersplannen van Schelde en Maas. De hoorzitting over de uitvoering van het integraal waterbeleid op 19 december 2006 was een eerste stap in het adviesproces. Daarbij werd dieper ingegaan op de participatie tijdens de procedure bij het opmaken van de (deel)bekkenbeheersplannen. Samen met de SERV bereidt de Minaraad een advies voor tegen de raadszitting van 26 april 2007. De Raden zullen naast een algemene beoordeling over de stroomgebiedbeheersplannen, ook aanbevelingen formuleren bij het tijdschema en het werkprogramma. Vervolgens zullen Minaraad en SERV focussen op vijf waterbeheerkwesties, zoals onder meer het verbeteren van de kwaliteit van het grondwater en het vermijden van wateroverlast en watertekort.


Mededelingen

Verslagboek hoorzitting (deel)bekkenbeheersplannen
Op 19 december 2006 organiseerde de Minaraad de hoorzitting 'Opmaak (deel)bekkenbeheerplannen & inspraak'. Het doel van de hoorzitting was om na te gaan of we lessen konden trekken uit de eerste golf van plannen. Daarnaast hoopte de Raad ideeën te sprokkelen opdat de overheid de plannen ook zoveel mogelijk zou uitvoeren. De presentaties en het verslagboek van de hoorzitting staan ondertussen op de website. 

Hoorzitting energie-efficiëntie
De dringende noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk te reduceren, de nakende uitputting van aardolie en gas en de grote onzekerheden rond de bevoorrading van deze energiebronnen maken van het energie en klimaatbeleid een topprioriteit. Meer energie-efficiëntie speelt een cruciale rol in het antwoord op deze problemen. Het belangrijke energie- en klimaatpakket van Europa bevat een energiebesparingsdoelstelling van 20% tegen 2020. Vlaanderen moet tegen de zomer een ‘Energie-efficiëntie actieplan’ opstellen voor Europa. Naast concrete energiebesparingsmaatregelen moet dit plan o.a. ook vooruitgang boeken in het grondig meten van het energiegebruik.

Binnen deze context organiseert de Minaraad de hoorzitting ‘Haalt Vlaanderen de Europese energie-efficiëntiedoelstellingen?’ op vrijdag 30 maart 2007 (9u15-12u00). Tijdens deze hoorzitting zullen sprekers van de Europese Commissie (Randall Bowie, DG TREN), het kabinet van Vlaams minister Kris Peeters (Sam De Smedt) en experten van VITO (Guy Vekemans) en CENERGIE (Patrick Henckes) toelichting geven bij het Europese en Vlaamse beleid inzake energie-efficiëntie.

De hoorzitting vindt plaats in de vergaderzaal van de Minaraad (Kliniekstraat 25, 1070 Anderlecht). De toegang is gratis. Het programma.

Europese ontwikkelingen

Groenboek over gebruik marktinstrumenten voor milieu- en energiedoeleinden
De Europese Commissie (EC) stelt vandaag zijn visie op onder meer ecotaksen voor in een Groenboek. Het is de bedoeling om een breed politiek debat te lanceren over het gebruik van taksen, emissiehandel en andere marktgebonden instrumenten binnen de context van het milieu- en energiebeleid. Uiteindelijk hoopt de Commissie dat de Lidstaten zuiniger met energie gaan omspringen en minder broeikasgassen zullen uitstoten. Volgens de Commissie kunnen marktstimuli ten voordele van het milieu de competitiviteit van Europa ten goede komen. Het Europese Milieubureau heet het groenboek echter te voorzichtig, grote politieke initiatieven ontbreken. Het EC-persbericht over het groenboek.

Nieuw
01 feb 2012 Nieuwsbrief:
Elektronische nieuwsbrief 2012|1
30 jan 2012 Advies:
Inhoudelijke aspecten van de eerste 8 ontwerpbesluiten van de Vlaamse Regering tot aanwijzing en vaststelling van SBZ's en de bijhorende IHD's en prioriteiten (met SALV)
26 jan 2012 Advies:
Erkenning privaat natuurreservaat E-409 "Gondebeek" te Melle, Merelbeke en Oosterzele (Oost-Vlaanderen)
24 jan 2012 Advies:
Erkenning Bosgroep Antwerpen Zuid
23 jan 2012 Advies:
Erkenning Bosgroep Zuidwest Brabant
23 jan 2012 Advies:
Uitbreiding van een erkend natuurreservaat E-016 “Tikkebroeken” te Kasterlee en Oud-Turnhout (Antwerpen)
23 jan 2012 Advies:
Uitbreiding van het erkend natuurreservaat E-216 "Hof ten Berg" te Galmaarden (Vlaams-Brabant) en Geraardsbergen (Oost-Vlaanderen)
23 jan 2012 Advies:
Uitbreiding erkend natuurreservaat E-161 "Duivenbos" te Herzele (Oost-Vlaanderen)
23 jan 2012 Advies:
Evaluatie van de werking van de Regionale Landschappen in 2010
23 jan 2012 Advies:
Instemmingsdecreet met het samenwerkingsakkoord REACH
Disclaimer © Minaraad 2012 Over deze website